ambtgenoot
zelfstandig naamwoord ˈɑmtxəˌnotBetekenis
- iemand die een gelijkt beroep of ambt beoefent
Hoe spreek je ambtgenoot uit?
/ˈɑmtxəˌnot/
Ambtgenoot bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| m | maan |
| t | tak |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ambtgenoten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van ambt en genoot
Woordfamilie van ambtgenoot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ambtgenoten | meervoud | ambtgenoot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ambtgenoot zijn vastgelegd.