botenhuis
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een overdekte lig- of opslagplaats voor een of meer vaartuigen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| botenhuisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| botenhuisjes | verkleinwoord, meervoud |
| botenhuizen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van boot zn en huis zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van botenhuis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| botenhuisje | verkleinwoord | botenhuis |
| botenhuisjes | verkleinwoord meervoud | botenhuis |
| botenhuizen | meervoud | botenhuis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van botenhuis zijn vastgelegd.