entrecote
zelfstandig naamwoord ˌɑntrəˈkotBetekenis
- stuk rundvlees van tussen de ribben lijkend op biefstuk. Het van de dunne lende gesneden vlees is zeer zacht en extra smakelijk doordat het gemarmerd is (wat wil zeggen dat er kleine vetadertjes door het vlees lopen) en het een vetrandje heeft. Entrecote met haas en been noemen we een T-bone. Beide worden rosé gegeten, dus net niet helemaal gaar binnenin.
Hoe spreek je entrecote uit?
/ˌɑntrəˈkot/
Entrecote bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| r | rood |
| ə | de |
| k | kat |
| o | boot |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| entrecoteje | verkleinwoord, enkelvoud |
| entrecotejes | verkleinwoord, meervoud |
| entrecotes | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘stuk vlees van tussen de ribben’ voor het eerst aangetroffen in 1910
Woordfamilie van entrecote
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| entrecoteje | verkleinwoord | entrecote |
| entrecotejes | verkleinwoord meervoud | entrecote |
| entrecotes | meervoud | entrecote |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van entrecote zijn vastgelegd.