reuzegroot
bijvoeglijk naamwoord ˈrøzəˌɣrotBetekenis
- bijzonder groot, zo groot als een reus
Hoe spreek je reuzegroot uit?
/ˈrøzəˌxrot/
Reuzegroot bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ø | deur |
| z | zon |
| ə | de |
| x | acht |
| o | boot |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
bijvoeglijk naamwoord
- heel erg groot
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| reuzegroots | partitief, stellende trap |
| reuzegrote | verbogen, stellende trap |
Herkomst
intensiverende, samenstelling van reuze bw en groot bn , als het niet uitdrukkelijk de bedoeling is om naar het formaat van een reus te verwijzen; in sommige gevallen is er geen duidelijk verschil met reuzengroot Weblink bron “Reuzenkans / reuzekans” op taaladvies.net
Woordfamilie van reuzegroot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| reuzegroots | partitive, positive | reuzegroot |
| reuzegrote | verbogen vorm | reuzegroot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reuzegroot zijn vastgelegd.