kloot
zelfstandig naamwoord, werkwoord klotBetekenis
- kluit, klomp, klont bijv. aardkloot
- bal, kogel (- klootschieten)
- vervelende kerel
- zaadbal, teelbal, testikel
Hoe spreek je kloot uit?
/klot/
Kloot bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| o | boot |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- voorwerp dat bestaat uit samengedrukt materiaal
- bolvormig voorwerp
- bolvormig mannelijke orgaan waar spermacellen worden gemaakt vulgar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| klootjes | verkleinwoord, meervoud |
| kloten | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van kloten
- gebiedende wijs van kloten
Vervoeging van kloot
kloothele werkwoord
Herkomst
van Middelnederlands cloot **[4] in de betekenis van ‘teelbal’ voor het eerst aangetroffen in 1550
Woordfamilie van kloot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klootje | verkleinwoord | kloot |
| klootjes | verkleinwoord meervoud | kloot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kloot zijn vastgelegd.