boothals
zelfstandig naamwoord ˈbothɑlsBetekenis
- een hoge, brede halsopening die de schouders bloot laat
Hoe spreek je boothals uit?
/ˈbothɑls/
Boothals bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| o | boot |
| t | tak |
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| l | land |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boothalzen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van boot zn en hals zn
Woordfamilie van boothals
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boothalzen | meervoud | boothals |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boothals zijn vastgelegd.