boottocht
zelfstandig naamwoord 'botɔxtBetekenis
- een plezierreisje met de boot
- een reis met de boot
Hoe spreek je boottocht uit?
/ˈbotɔxt/
Boottocht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| o | boot |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boottochten | meervoud |
| boottochtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boottochtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van boot en tocht
Woordfamilie van boottocht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boottochten | meervoud | boottocht |
| boottochtje | verkleinwoord | boottocht |
| boottochtjes | verkleinwoord meervoud | boottocht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boottocht zijn vastgelegd.