schoot
zelfstandig naamwoord, werkwoord sxotBetekenis
- de bovenkant van de dijen van iemand die zit
- een baarmoeder
- een lijn, aan de benedenhoek (de schoothoek) van een zeil bevestigd om het zeil mee in de wind te richten, een schootlijn
- het onderdeel van een deurslot dat uit de deur schuift en in de sluitplaat op de deurpost valt
- uitspraakvariant van scheut
Hoe spreek je schoot uit?
/sxot/
Schoot bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| o | boot |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schootjes | verkleinwoord, meervoud |
| schoten | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van schieten
Vervoeging van schoot
schoothele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘deel van lichaam’ voor het eerst aangetroffen in 777
Woordfamilie van schoot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schootje | verkleinwoord | schoot |
| schootjes | verkleinwoord meervoud | schoot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schoot zijn vastgelegd.