goot
zelfstandig naamwoord, werkwoord ɣotBetekenis
- een gleuf of greppel bedoeld voor het af laten vloeien van een vloeistof
- een langgerekte bakvormige of halfronde constructie, die het water van het dak opvangt en afvoert
- overdrachtelijk: een onverkwikkelijke en te vermijden plaats
Hoe spreek je goot uit?
/xot/
Goot bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| o | boot |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gootjes | verkleinwoord, meervoud |
| goten | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van gieten
Vervoeging van goot
goothele werkwoord
Woordvorm
- onpersoonlijke verleden tijd van gieten
Vervoeging van goot
goothele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘afvoerkanaal’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1277
Woordfamilie van goot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gootje | verkleinwoord | goot |
| gootjes | verkleinwoord meervoud | goot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van goot zijn vastgelegd.