bepalen
werkwoord bəˈpalə(n)Betekenis
- met palen afzetten
- vaststellen, voorschrijven, regelen
- beslissend beïnvloeden
- zijn aandacht ~ op iets: beperken, richten
- zich ~ tot: zich beperken tot
Hoe spreek je bepalen uit?
/bəˈpalən/
Bepalen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| p | pak |
| a | maan |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bepalen
bepalenhele werkwoord — bepaaldeverleden tijd enkelvoud — bepaaldenverleden tijd meervoud — bepaaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bepaal | bepaalde |
| jij | bepaalt | bepaalde |
| hij, zij, het | bepaalt | bepaalde |
| wij | bepalen | bepaalden |
| jullie | bepalen | bepaalden |
| zij | bepalen | bepaalden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bepaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bepaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bepaal | gebiedende wijs |
| bepaald | verleden tijd, deelwoord |
| bepaald te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bepaald te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bepaald te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bepaald te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bepaald te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bepaald worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bepaald zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bepaald zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bepaald zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bepaald zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bepaalde | verleden tijd |
| bepale | aanvoegende wijs |
| bepalend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bepaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bepaald | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bepaald | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bepaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bepaald worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bepaald zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bepaald worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bepaald zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bepaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bepaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bepaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bepaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bepaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bepaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bepaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bepaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bepaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bepaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bepaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bepaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bepaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bepaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bepaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bepaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bepaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bepalen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bepaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bepalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bepaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bepaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bepaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bepaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bepaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bepaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bepaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bepaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bepaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bepaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bepaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bepaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bepaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bepaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bepaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bepaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bepaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bepaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bepaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bepaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bepaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bepaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bepaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bepaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bepaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bepaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bepaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bepalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bepalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bepalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bepaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bepaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bepaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bepaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bepaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bepaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bepaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bepaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bepaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bepaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bepaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bepaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bepaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bepalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bepalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bepalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bepaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bepaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bepaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bepaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bepaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bepaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bepaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bepaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bepaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bepalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bepalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bepalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bepaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bepaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bepaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bepalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bepaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bepaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bepaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bepaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bepaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bepaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bepaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bepaald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bepaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bepalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bepalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bepalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bepalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bepaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bepaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bepaald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bepalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘vaststellen’ voor het eerst aangetroffen in 1704
Woordfamilie van bepalen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bepaal | gebiedende wijs | bepalen |
| bepaalden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bepalen |
| bepaalt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bepalen |
| bepale | aanvoegende wijs | bepalen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bepalen zijn vastgelegd.