Naar de inhoud

herhalen

nog eens, of meerdere keren, hetzelfde ondervinden, uitvoeren of laten weerkeren

herhalen

werkwoord hɛrˈhalə(n)

Betekenis

  1. nog eens, of meerdere keren, hetzelfde ondervinden, uitvoeren of laten weerkeren
  2. iets opnieuw zeggen
  3. iets opnieuw zingen
  4. iets opnieuw doen
  5. steeds weer hetzelfde beleven

Hoe spreek je herhalen uit?

/hɛrˈhalən/

Herhalen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /hɛrˈhalən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
h hoed
ɛ bed
r rood
a maan
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van herhalen

herhalenhele werkwoord — herhaaldeverleden tijd enkelvoud — herhaaldenverleden tijd meervoud — herhaaldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik herhaal herhaalde
jij herhaalt herhaalde
hij, zij, het herhaalt herhaalde
wij herhalen herhaalden
jullie herhalen herhaalden
zij herhalen herhaalden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben herhaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent herhaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is herhaald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was herhaald impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd herhaald impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt herhaald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal herhaald worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal herhaald zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou herhaald worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou herhaald zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had herhaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had herhaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had herhaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden herhaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden herhaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden herhaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt herhaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb herhaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben herhaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben herhaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben herhaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben herhaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt herhaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft herhaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft herhaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
herhaal gebiedende wijs
herhaal me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
herhaal u/je , herhaalt je gebiedende wijs
herhaald verleden tijd, deelwoord
herhaald te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
herhaald te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
herhaald te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
herhaald te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
herhaald te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
herhaald worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
herhaald zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
herhaald zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
herhaald zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
herhaald zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
herhaalde verleden tijd
herhaalde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
herhaalde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
herhaalde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
herhaalde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
herhaalde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
herhaalde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
herhaalde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
herhaalden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
herhaalden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
herhaalden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
herhaalt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
herhaalt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
herhaalt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
herhaalt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
herhaalt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
herhaalt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
herhale aanvoegende wijs
herhale zich aanvoegende wijs
herhalen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
herhalen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
herhalen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
herhalend onvoltooid, deelwoord
is herhaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is herhaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben herhaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te herhalen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen herhalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart herhaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren herhaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren herhaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren herhaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
was herhaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was herhaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was herhaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd herhaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd herhaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd herhaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden herhaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden herhaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden herhaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt herhaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word herhaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden herhaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden herhaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden herhaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt herhaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt herhaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal herhaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal herhaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal herhaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal herhaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal herhaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal herhaald zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal herhaald zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal herhalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal herhalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal herhalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal me herhalen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich herhalen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je herhalen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich herhaald hebben verleden tijd
zich herhalend onvoltooid, deelwoord
zijn herhaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn herhaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn herhaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt herhaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou herhaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou herhaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou herhaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou herhaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou herhaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou herhaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou herhaald zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou herhaald zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou herhaald zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou herhalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou herhalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou herhalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden herhaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden herhaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden herhaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herhaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden herhaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden herhaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herhaald zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden herhaald zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden herhaald zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herhalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden herhalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden herhalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt herhaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt herhaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt herhaald zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt herhalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen herhaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen herhaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen herhaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen herhaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Herkomst

van Middelnederlands herhalen, op te vatten als afgeleid van halen met het voorvoegsel her-

Woordfamilie van herhalen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
herhaal gebiedende wijs herhalen
herhaalden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon herhalen
herhaalt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon herhalen
herhale aanvoegende wijs herhalen
herhalend onvoltooid deelwoord herhalen
herhalende woordvorm herhalen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herhalen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over herhalen

Hoe spreek je herhalen uit?
De uitspraak van herhalen is: /hɛrˈhalə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent herhalen?
Herhalen is een werkwoord. Het woord betekent: nog eens, of meerdere keren, hetzelfde ondervinden, uitvoeren of laten weerkeren. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je herhalen?
Je vervoegt herhalen als volgt: de tegenwoordige tijd is herhaal, de verleden tijd is herhaalde en het voltooid deelwoord is herhaald. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op herhalen?

In dit woordenboek rijmen 66 woorden op -alen op herhalen, zoals betalen, stralen en bepalen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op herhalen, uitspraak hɛrˈhalən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
betalen 3
stralen 2
bepalen 3
uitbetalen 4
vertalen 3
behalen 3
overhalen 4
bestralen 3
falen 2
dalen 2
halen 2
afbetalen 4
talen 2
aanbetalen 4
koralen 3
verhalen 3
palen 2
ademhalen 4
vooruitbetalen 5
verdwalen 3
dwalen 2
verschalen 3
verschralen 3
donderstralen 4
aanbevalen 4
aandelenkapitalen 7
astragalen 4
bantoetalen 4
binnenschalen 4
boterschalen 4
brachycefalen 5
conferentiezalen 6
detectiveverhalen 7
fanalen 3
gebarentalen 5
herbetalen 4
incontinentiematerialen 10
koepeltalen 4
koppelingspedalen 6
macrotalen 4
Nog 26 rijmwoorden
morgenstralen 4
neutralen 3
ochtendstralen 4
octopuspalen 5
omgangstalen 4
ontkoppelingspedalen 7
parochiezalen 5
pastoralen 4
piramidalen 5
ridderzalen 4
rijsttroepialen 5
saladeschalen 5
schoollokalen 4
schouwburgzalen 5
speurdersverhalen 5
toeslagenschandalen 6
troepialen 4
turnzalen 4
vampierverhalen 5
verenigingslokalen 7
verkooplokalen 5
vertreksignalen 5
vocalen 3
vrouwentalen 4
vuursignalen 4
wanbetalen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord herhalen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. H 4
  5. A 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

herhalen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. H 4
  5. A 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

herhalen in het kort

herhalen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van herhalen zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort herhalen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

herhalen: nog eens, of meerdere keren, hetzelfde ondervinden, uitvoeren of laten weerkeren
Deel herhalen — standaardnederlands.nl