herhalen
werkwoord hɛrˈhalə(n)Betekenis
- nog eens, of meerdere keren, hetzelfde ondervinden, uitvoeren of laten weerkeren
- iets opnieuw zeggen
- iets opnieuw zingen
- iets opnieuw doen
- steeds weer hetzelfde beleven
Hoe spreek je herhalen uit?
/hɛrˈhalən/
Herhalen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| a | maan |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van herhalen
herhalenhele werkwoord — herhaaldeverleden tijd enkelvoud — herhaaldenverleden tijd meervoud — herhaaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | herhaal | herhaalde |
| jij | herhaalt | herhaalde |
| hij, zij, het | herhaalt | herhaalde |
| wij | herhalen | herhaalden |
| jullie | herhalen | herhaalden |
| zij | herhalen | herhaalden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben herhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent herhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is herhaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was herhaald | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd herhaald | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt herhaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal herhaald worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal herhaald zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou herhaald worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou herhaald zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had herhaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had herhaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had herhaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden herhaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden herhaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden herhaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt herhaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb herhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herhaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben herhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben herhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben herhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt herhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft herhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| herhaal | gebiedende wijs |
| herhaal me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| herhaal u/je , herhaalt je | gebiedende wijs |
| herhaald | verleden tijd, deelwoord |
| herhaald te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herhaald te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| herhaald te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herhaald te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herhaald te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| herhaald worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herhaald zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| herhaald zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herhaald zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herhaald zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| herhaalde | verleden tijd |
| herhaalde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| herhaalde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| herhaalde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| herhaalde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| herhaalde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| herhaalde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| herhaalde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| herhaalden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| herhaalden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| herhaalden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| herhaalt je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| herhaalt u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| herhaalt u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| herhaalt zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| herhaalt zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| herhaalt zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| herhale | aanvoegende wijs |
| herhale zich | aanvoegende wijs |
| herhalen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| herhalen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| herhalen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| herhalend | onvoltooid, deelwoord |
| is herhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is herhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben herhaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te herhalen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen herhalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart herhaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren herhaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren herhaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren herhaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was herhaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was herhaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was herhaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd herhaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd herhaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd herhaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden herhaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden herhaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden herhaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt herhaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word herhaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden herhaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden herhaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden herhaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt herhaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt herhaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal herhaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herhaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal herhaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal herhaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal herhaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal herhalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal herhalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal herhalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal me herhalen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich herhalen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je herhalen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich herhaald hebben | verleden tijd |
| zich herhalend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn herhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn herhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn herhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt herhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou herhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou herhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herhaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou herhaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou herhaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou herhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou herhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou herhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden herhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herhaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden herhaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden herhaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden herhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden herhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden herhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt herhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herhaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt herhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen herhaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen herhaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen herhaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen herhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
Herkomst
van Middelnederlands herhalen, op te vatten als afgeleid van halen met het voorvoegsel her-
Woordfamilie van herhalen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| herhaal | gebiedende wijs | herhalen |
| herhaalden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | herhalen |
| herhaalt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | herhalen |
| herhale | aanvoegende wijs | herhalen |
| herhalend | onvoltooid deelwoord | herhalen |
| herhalende | woordvorm | herhalen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herhalen zijn vastgelegd.