verhalen
werkwoord, zelfstandig naamwoord vərˈhalə(n)Betekenis
- ~ over: een verhaal vertellen
- iets ~ op: schadevergoeding eisen, kosten laten betalen
Hoe spreek je verhalen uit?
/vərˈhalən/
Verhalen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| h | hoed |
| a | maan |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verhalen
verhalenhele werkwoord — verhaaldeverleden tijd enkelvoud — verhaaldenverleden tijd meervoud — verhaaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verhaal | verhaalde |
| jij | verhaalt | verhaalde |
| hij, zij, het | verhaalt | verhaalde |
| wij | verhalen | verhaalden |
| jullie | verhalen | verhaalden |
| zij | verhalen | verhaalden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is verhaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verhaald | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verhaald | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verhaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verhaald worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verhaald zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verhaald worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verhaald zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verhaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verhaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verhaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verhaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verhaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verhaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verhaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verhaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verhaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verhalen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verhalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhaal | gebiedende wijs |
| verhaald | verleden tijd, deelwoord |
| verhaald te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verhaald te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verhaald te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhaald te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhaald te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhaald worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verhaald zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verhaald zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhaald zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhaald zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhaalde | verleden tijd |
| verhale | aanvoegende wijs |
| verhalend | onvoltooid, deelwoord |
| waren verhaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verhaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verhaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden verhaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden verhaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verhaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verhaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verhaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verhaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verhalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verhalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verhalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verhaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou verhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verhaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verhaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verhalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verhaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verhaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verhaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verhaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verhaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verhalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verhalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verhalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verhalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verhaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verhalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord verhaal
Herkomst
In de betekenis van ‘vertellen’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van verhalen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verhaald | voltooid deelwoord | verhalen |
| verhaalde | verleden tijd | verhalen |
| verhaalden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verhalen |
| verhaalt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verhalen |
| verhale | aanvoegende wijs | verhalen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verhalen zijn vastgelegd.