dwalen
werkwoord ˈdwalə(n)Betekenis
- zonder kennis van waar men is rondbewegen
- zonder kennis van waar men is bewegen
- geestelijk zich op een afwijkend pad bevinden, het mis hebben
Hoe spreek je dwalen uit?
/ˈdwalən/
Dwalen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| w | quiz |
| a | maan |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van dwalen
dwalenhele werkwoord — dwaaldeverleden tijd enkelvoud — dwaaldenverleden tijd meervoud — gedwaaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dwaal | dwaalde |
| jij | dwaalt | dwaalde |
| hij, zij, het | dwaalt | dwaalde |
| wij | dwalen | dwaalden |
| jullie | dwalen | dwaalden |
| zij | dwalen | dwaalden |
Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dwaal | gebiedende wijs |
| dwaalde | verleden tijd |
| dwale | aanvoegende wijs |
| dwalend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedwaald | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was gedwaald | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd gedwaald | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt gedwaald | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gedwaald worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gedwaald zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou gedwaald worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou gedwaald zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedwaald | verleden tijd, deelwoord |
| gedwaald te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedwaald zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hebben gedwaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| te dwalen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben/zijn gedwaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dwalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal dwalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dwalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dwalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gedwaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zou dwalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dwalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dwalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden dwalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dwalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dwalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt dwalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen dwalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dwalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dwalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dwalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult dwalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘zich vergissen (in de weg)’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van dwalen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dwaal | gebiedende wijs | dwalen |
| dwaalde | verleden tijd | dwalen |
| dwaalden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dwalen |
| dwaalt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dwalen |
| dwale | aanvoegende wijs | dwalen |
| gedwaald | voltooid deelwoord | dwalen |
| gedwaalde | woordvorm | dwalen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dwalen zijn vastgelegd.