ademhalen
werkwoord ˈadəmˌhalə(n)Betekenis
- door levende wezens inblazen en uitblazen van lucht om zuurstof te krijgen
Hoe spreek je ademhalen uit?
/ˈadəmˌhalən/
Ademhalen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| d | dak |
| ə | de |
| m | maan |
| h | hoed |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van ademhalen
ademhalenhele werkwoord — haalde ademverleden tijd enkelvoud — haalden ademverleden tijd meervoud — ademgehaaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | haal adem | haalde adem |
| jij | haalt adem | haalde adem |
| hij, zij, het | haalt adem | haalde adem |
| wij | halen adem | haalden adem |
| jullie | halen adem | haalden adem |
| zij | halen adem | haalden adem |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| adem te halen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| adem te zullen halen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| adem zal halen | bijzin, toekomende tijd |
| adem zou halen | bijzin, voorwaardelijk |
| adem zouden halen | bijzin, voorwaardelijk |
| adem zoudt halen | bijzin, voorwaardelijk |
| adem zullen halen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| adem zullen halen | bijzin, toekomende tijd |
| adem zult halen | bijzin, toekomende tijd |
| ademgehaald | verleden tijd, deelwoord |
| ademgehaald te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ademgehaald zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ademhaal | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ademhaalde | bijzin, verleden tijd |
| ademhaalden | bijzin, verleden tijd |
| ademhaalt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ademhalend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| haal adem | gebiedende wijs |
| haalde adem | verleden tijd |
| had ademgehaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ademgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ademgehaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ademgehaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ademgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ademgehaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ademgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ademgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ademgehaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ademgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ademgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ademgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ademgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ademgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ademgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ademgehaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ademhalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal ademgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ademgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ademgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ademhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ademhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ademhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal ademhalen | bijzin, toekomende tijd |
| zou ademgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ademgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ademgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ademhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ademhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ademhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou ademhalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) ademhalen adem zou(dt) halen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ademgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ademgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ademgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ademhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ademhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ademhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden ademhalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ademgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ademhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt ademhalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ademgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ademgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ademgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ademhalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ademhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ademhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ademhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen ademhalen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ademgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ademhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult ademhalen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal ademhalen adem zult/zal halen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van adem en halen
Woordfamilie van ademhalen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ademgehaald | voltooid deelwoord | ademhalen |
| ademhaal | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | ademhalen |
| ademhaalde | subordinate-clause, verleden tijd | ademhalen |
| ademhaalden | subordinate-clause, verleden tijd | ademhalen |
| ademhaalt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | ademhalen |
| ademhale | with-subordinate-clause | ademhalen |
| ademhalend | onvoltooid deelwoord | ademhalen |
| ademhalende | woordvorm | ademhalen |
| haal adem | gebiedende wijs | ademhalen |
| haalde adem | verleden tijd | ademhalen |
| haalden adem | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ademhalen |
| haalt adem | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ademhalen |
| hale adem | woordvorm | ademhalen |
| halen adem | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | ademhalen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ademhalen zijn vastgelegd.