Naar de inhoud

falen

het doel dat men zich stellen|gesteld had niet bereiken

falen

werkwoord /ˈfaːlən/

Betekenis

  1. het doel dat men zich stellen|gesteld had niet bereiken

Hoe spreek je falen uit?

/ˈfalən/

Falen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈfalən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
f fiets
a maan
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. het doel dat men zich gesteld had niet bereiken unergative
  2. mislukken, niet slagen impersonal, intransitive
  3. achterwege blijven, missen [7], ontbreken intransitive
  4. niet toereikend zijn, tekortschieten intransitive

Vervoeging van falen

falenhele werkwoord — faaldeverleden tijd enkelvoud — faaldenverleden tijd meervoud — gefaaldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik faal faalde
jij faalt faalde
hij, zij, het faalt faalde
wij falen faalden
jullie falen faalden
zij falen faalden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
faal gebiedende wijs
faalde verleden tijd
fale aanvoegende wijs
falend onvoltooid, deelwoord
gefaald verleden tijd, deelwoord
gefaald te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefaald zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te falen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen falen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal falen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal falen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal falen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou falen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou falen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou falen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden falen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden falen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden falen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt falen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen falen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen falen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen falen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen falen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult falen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Van het Franse faillir, verder te herleiden tot Latijn fallere. Verwant met Duits fehlen, Engels fail. Doublet van fout.

Woordfamilie van falen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
faal gebiedende wijs falen
faalde verleden tijd falen
faalden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon falen
faalt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon falen
fale aanvoegende wijs falen
gefaald voltooid deelwoord falen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van falen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over falen

Hoe spreek je falen uit?
De uitspraak van falen is: /ˈfaːlən/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent falen?
Falen is een werkwoord. Het woord betekent: het doel dat men zich stellen|gesteld had niet bereiken. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je falen?
Je vervoegt falen als volgt: de tegenwoordige tijd is faal, de verleden tijd is faalde en het voltooid deelwoord is gefaald. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op falen?

Er staan 66 woorden in dit woordenboek die op falen rijmen, waaronder betalen, stralen en herhalen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op falen, uitspraak ˈfalən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
betalen 3
stralen 2
herhalen 3
bepalen 3
uitbetalen 4
vertalen 3
behalen 3
overhalen 4
bestralen 3
dalen 2
halen 2
afbetalen 4
talen 2
aanbetalen 4
koralen 3
verhalen 3
palen 2
ademhalen 4
vooruitbetalen 5
verdwalen 3
dwalen 2
verschalen 3
verschralen 3
donderstralen 4
aanbevalen 4
aandelenkapitalen 7
astragalen 4
bantoetalen 4
binnenschalen 4
boterschalen 4
brachycefalen 5
conferentiezalen 6
detectiveverhalen 7
fanalen 3
gebarentalen 5
herbetalen 4
incontinentiematerialen 10
koepeltalen 4
koppelingspedalen 6
macrotalen 4
Nog 26 rijmwoorden
morgenstralen 4
neutralen 3
ochtendstralen 4
octopuspalen 5
omgangstalen 4
ontkoppelingspedalen 7
parochiezalen 5
pastoralen 4
piramidalen 5
ridderzalen 4
rijsttroepialen 5
saladeschalen 5
schoollokalen 4
schouwburgzalen 5
speurdersverhalen 5
toeslagenschandalen 6
troepialen 4
turnzalen 4
vampierverhalen 5
verenigingslokalen 7
verkooplokalen 5
vertreksignalen 5
vocalen 3
vrouwentalen 4
vuursignalen 4
wanbetalen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord falen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. A 1
  3. L 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

falen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. A 1
  3. L 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 zonder bonus
  7. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

falen telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

falen in het kort

falen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van falen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort falen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

falen: het doel dat men zich stellen|gesteld had niet bereiken
Deel falen — standaardnederlands.nl