Naar de inhoud

talen

verlangen naar, geven om

talen is meer dan één woord

talen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈtalə(n)

Betekenis

  1. verlangen naar, geven om

Hoe spreek je talen uit?

/ˈtalən/

Talen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈtalən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
a maan
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. ~ naar informeren naar, navraag doen naar intransitive
  2. ~ naar smachten /verlangen ww naar; meestal in combinatie met een ontkenning intransitive
  3. spreken intransitive, obsolete

Vervoeging van talen

talenhele werkwoord — taaldeverleden tijd enkelvoud — taaldenverleden tijd meervoud — getaaldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik taal taalde
jij taalt taalde
hij, zij, het taalt taalde
wij talen taalden
jullie talen taalden
zij talen taalden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
getaald verleden tijd, deelwoord
getaald te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getaald zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
taal gebiedende wijs
taalde verleden tijd
tale aanvoegende wijs
talend onvoltooid, deelwoord
te hebben getaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te talen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen talen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal getaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal talen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal talen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal talen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou getaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou talen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou talen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou talen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden talen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden talen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden talen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt talen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen talen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen talen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen talen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen talen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult talen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord taal

Herkomst

ww: van Middelnederlands talen, in de betekenis van ‘verlangen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265

Woordfamilie van talen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getaald voltooid deelwoord talen
taalde verleden tijd talen
taalden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon talen
taalt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon talen
talend onvoltooid deelwoord talen
talende woordvorm talen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van talen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over talen

Hoe spreek ik talen uit?
Zo spreek je talen uit: /ˈtalə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van talen?
Talen is een werkwoord. De betekenis is: verlangen naar, geven om. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik talen?
Zo vervoeg je talen zo: de tegenwoordige tijd is taal, de verleden tijd is taalde en het voltooid deelwoord is getaald. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op talen?

Op talen rijmen 66 woorden, onder andere betalen, stralen en herhalen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op talen, uitspraak ˈtalən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
betalen 3
stralen 2
herhalen 3
bepalen 3
uitbetalen 4
vertalen 3
behalen 3
overhalen 4
bestralen 3
falen 2
dalen 2
halen 2
afbetalen 4
aanbetalen 4
koralen 3
verhalen 3
palen 2
ademhalen 4
vooruitbetalen 5
verdwalen 3
dwalen 2
verschalen 3
verschralen 3
donderstralen 4
aanbevalen 4
aandelenkapitalen 7
astragalen 4
bantoetalen 4
binnenschalen 4
boterschalen 4
brachycefalen 5
conferentiezalen 6
detectiveverhalen 7
fanalen 3
gebarentalen 5
herbetalen 4
incontinentiematerialen 10
koepeltalen 4
koppelingspedalen 6
macrotalen 4
Nog 26 rijmwoorden
morgenstralen 4
neutralen 3
ochtendstralen 4
octopuspalen 5
omgangstalen 4
ontkoppelingspedalen 7
parochiezalen 5
pastoralen 4
piramidalen 5
ridderzalen 4
rijsttroepialen 5
saladeschalen 5
schoollokalen 4
schouwburgzalen 5
speurdersverhalen 5
toeslagenschandalen 6
troepialen 4
turnzalen 4
vampierverhalen 5
verenigingslokalen 7
verkooplokalen 5
vertreksignalen 5
vocalen 3
vrouwentalen 4
vuursignalen 4
wanbetalen 4

Scrabble punten

Naar spel

Het woord talen is 8 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. A 1
  3. L 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 8 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

talen levert met Wordfeud minimaal 8 en maximaal 42 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. A 1
  3. L 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 8 zonder bonus
  7. 42 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

talen telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

talen in het kort

talen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van talen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort talen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

talen: verlangen naar, geven om
Deel talen — standaardnederlands.nl