Naar de inhoud

beschikken

beslissen, regelen

beschikken

werkwoord bəˈsxɪkə(n)

Betekenis

  1. beslissen, regelen
  2. ~ over: in bezit hebben

Hoe spreek je beschikken uit?

/bəˈsxɪkən/

Beschikken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈsxɪkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
s sok
x acht
ɪ pit
k kat
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van beschikken

beschikkenhele werkwoord — beschikteverleden tijd enkelvoud — beschiktenverleden tijd meervoud — beschiktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beschik beschikte
jij beschikt beschikte
hij, zij, het beschikt beschikte
wij beschikken beschikten
jullie beschikken beschikten
zij beschikken beschikten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
beschik gebiedende wijs
beschikke aanvoegende wijs
beschikkend onvoltooid, deelwoord
beschikt verleden tijd, deelwoord
beschikt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beschikt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beschikte verleden tijd
er is beschikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was beschikt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd beschikt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt beschikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal beschikt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal beschikt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou beschikt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou beschikt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had beschikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had beschikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had beschikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden beschikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden beschikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden beschikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt beschikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb beschikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beschikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben beschikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beschikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben beschikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt beschikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beschikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beschikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beschikken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben beschikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beschikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal beschikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beschikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beschikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal beschikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beschikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal beschikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou beschikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beschikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beschikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou beschikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beschikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beschikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beschikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beschikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beschikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden beschikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beschikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beschikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt beschikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt beschikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen beschikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beschikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beschikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beschikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen beschikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beschikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beschikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult beschikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult beschikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘regelen’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Woordfamilie van beschikken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beschik gebiedende wijs beschikken
beschikke aanvoegende wijs beschikken
beschikkend onvoltooid deelwoord beschikken
beschikkende woordvorm beschikken
beschikt voltooid deelwoord beschikken
beschikte verleden tijd beschikken
beschikten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon beschikken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beschikken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over beschikken

Hoe spreek je beschikken uit?
De uitspraak van beschikken is: /bəˈsxɪkə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent beschikken?
Beschikken is een werkwoord. Het woord betekent: beslissen, regelen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je beschikken?
Je vervoegt beschikken als volgt: de tegenwoordige tijd is beschik, de verleden tijd is beschikte en het voltooid deelwoord is beschikt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op beschikken?

Beschikken rijmt op 23 woorden op -ikken; prikken, verstikken en slikken bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op beschikken, uitspraak bəˈsxɪkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
prikken 2
verstikken 3
slikken 2
schrikken 2
knikken 2
tikken 2
pikken 2
stikken 2
verslikken 3
likken 2
blikken 2
snikken 2
mikken 2
wrikken 2
verklikken 3
hikken 2
strikken 2
belikken 3
boomleeuweriken 5
fikken 2
lamszwezeriken 5
literblikken 4
onbeleefderiken 6

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beschikken is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. I 1
  7. K 3
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beschikken levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. I 2
  7. K 3
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 26 zonder bonus
  12. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beschikken in het kort

beschikken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van beschikken zijn 39 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort beschikken bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

beschikken: beslissen, regelen
Deel beschikken — standaardnederlands.nl