betalen
werkwoord /bə.ˈtaː.lə(n)/Betekenis
- geld (of andere zaken) geven aan iemand om de kosten te voldoen
Hoe spreek je betalen uit?
/bəˈtalən/
Betalen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| t | tak |
| a | maan |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van betalen
betalenhele werkwoord — betaaldeverleden tijd enkelvoud — betaaldenverleden tijd meervoud — betaaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | betaal | betaalde |
| jij | betaalt | betaalde |
| hij, zij, het | betaalt | betaalde |
| wij | betalen | betaalden |
| jullie | betalen | betaalden |
| zij | betalen | betaalden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| betaal | gebiedende wijs |
| betaald | verleden tijd, deelwoord |
| betaald te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| betaald zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| betaalde | verleden tijd |
| betale | aanvoegende wijs |
| betalend | onvoltooid, deelwoord |
| er is betaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was betaald | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd betaald | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt betaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal betaald worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal betaald zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou betaald worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou betaald zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had betaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had betaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had betaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden betaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden betaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden betaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt betaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb betaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben betaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben betaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben betaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben betaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt betaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft betaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft betaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te betalen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben betaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen betalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal betaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal betaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal betaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal betalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal betalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal betalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou betaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou betaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou betaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou betalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou betalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou betalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden betaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden betaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden betaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden betalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden betalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden betalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt betaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt betalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen betaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen betaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen betaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen betalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen betalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen betalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen betalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult betaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult betalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘schulden voldoen’ voor het eerst aangetroffen in 1270
Woordfamilie van betalen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| betaal | gebiedende wijs | betalen |
| betaalden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | betalen |
| betaalt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | betalen |
| betale | aanvoegende wijs | betalen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van betalen zijn vastgelegd.