bestralen
werkwoord bəˈstralə(n)Betekenis
- aan straling blootstellen
Hoe spreek je bestralen uit?
/bəˈstralən/
Bestralen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| a | maan |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bestralen
bestralenhele werkwoord — bestraaldeverleden tijd enkelvoud — bestraaldenverleden tijd meervoud — bestraaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bestraal | bestraalde |
| jij | bestraalt | bestraalde |
| hij, zij, het | bestraalt | bestraalde |
| wij | bestralen | bestraalden |
| jullie | bestralen | bestraalden |
| zij | bestralen | bestraalden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bestraal | gebiedende wijs |
| bestraald | verleden tijd, deelwoord |
| bestraald te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bestraald te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bestraald te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestraald te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestraald te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestraald worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bestraald zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bestraald zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestraald zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestraald zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestraalde | verleden tijd |
| bestrale | aanvoegende wijs |
| bestralend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bestraald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bestraald | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bestraald | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bestraald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bestraald worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bestraald zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bestraald worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bestraald zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bestraald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bestraald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bestraald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bestraald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bestraald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bestraald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bestraald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bestraald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bestralen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bestraald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bestralen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bestraald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bestraald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bestraald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bestraald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bestraald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bestraald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bestraald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bestraald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bestraald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bestraald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bestraald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bestraald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bestraald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bestraald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bestraald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bestraald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bestraald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bestraald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bestraald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bestraald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bestraald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestraald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bestraald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bestraald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestraald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bestralen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bestralen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bestralen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bestraald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bestraald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestraald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestraald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestraald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestraald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestraald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bestralen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bestralen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bestralen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bestraald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bestraald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bestraald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestraald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bestraald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bestraald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestralen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bestralen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bestralen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bestraald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestraald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestralen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bestraald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bestraald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bestraald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestraald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bestraald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bestraald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestralen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bestralen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bestralen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bestralen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bestraald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestraald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestraald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestralen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van stralen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bestralen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bestraal | gebiedende wijs | bestralen |
| bestraald | voltooid deelwoord | bestralen |
| bestraalde | verleden tijd | bestralen |
| bestraalden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bestralen |
| bestraalt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bestralen |
| bestrale | aanvoegende wijs | bestralen |
| bestralend | onvoltooid deelwoord | bestralen |
| bestralende | woordvorm | bestralen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bestralen zijn vastgelegd.