Naar de inhoud

vertalen

het omzetten van geschreven of gesproken informatie naar een andere taal

vertalen

werkwoord vərˈtalə(n)

Betekenis

  1. het omzetten van geschreven of gesproken informatie naar een andere taal

Hoe spreek je vertalen uit?

/vərˈtalən/

Vertalen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈtalən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
t tak
a maan
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. omzetten van geschreven of gesproken informatie naar een andere taal transitive

Vervoeging van vertalen

vertalenhele werkwoord — vertaaldeverleden tijd enkelvoud — vertaaldenverleden tijd meervoud — vertaaldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vertaal vertaalde
jij vertaalt vertaalde
hij, zij, het vertaalt vertaalde
wij vertalen vertaalden
jullie vertalen vertaalden
zij vertalen vertaalden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vertaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vertaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vertaald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vertaald impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vertaald impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vertaald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vertaald worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vertaald zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vertaald worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vertaald zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vertaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vertaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vertaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vertaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vertaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vertaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vertaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vertaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vertaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vertaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vertaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vertaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vertaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vertaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vertaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vertaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vertaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vertaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vertalen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vertalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vertaal gebiedende wijs
vertaald verleden tijd, deelwoord
vertaald te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vertaald te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vertaald te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vertaald te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vertaald te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vertaald worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vertaald zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vertaald zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vertaald zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vertaald zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vertaalde verleden tijd
vertale aanvoegende wijs
vertalend onvoltooid, deelwoord
waart vertaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vertaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vertaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vertaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vertaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vertaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vertaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vertaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vertaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vertaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vertaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vertaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vertaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vertaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vertaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vertaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vertaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vertaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vertaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vertaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vertaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vertaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vertaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vertaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vertaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vertaald zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vertaald zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vertalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vertalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vertalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn vertaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vertaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vertaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vertaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vertaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vertaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vertaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vertaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vertaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vertaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vertaald zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vertaald zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vertaald zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vertalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vertalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vertalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden vertaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vertaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vertaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vertaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vertaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vertaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vertaald zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vertaald zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vertaald zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vertalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vertalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vertalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt vertaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vertaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vertaald zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vertalen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen vertaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vertaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vertaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vertaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vertaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vertaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vertaald zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vertaald zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vertaald zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vertalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vertalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vertalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vertalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult vertaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vertaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vertaald zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vertalen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

van Middelnederlands vertalen "vertellen", maar later opgevat als afgeleid met het voorvoegsel ver- taal zn met het achtervoegsel -en, in de betekenis van ‘van de ene taal in de andere overbrengen’ voor het eerst aangetroffen in 1526

Woordfamilie van vertalen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vertaal gebiedende wijs vertalen
vertaald voltooid deelwoord vertalen
vertaalde verleden tijd vertalen
vertaalden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vertalen
vertaalt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vertalen
vertale aanvoegende wijs vertalen
vertalend onvoltooid deelwoord vertalen
vertalende woordvorm vertalen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vertalen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over vertalen

Hoe spreek ik vertalen uit?
Zo spreek je vertalen uit: /vərˈtalə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van vertalen?
Vertalen is een werkwoord. De betekenis is: het omzetten van geschreven of gesproken informatie naar een andere taal. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik vertalen?
Zo vervoeg je vertalen zo: de tegenwoordige tijd is vertaal, de verleden tijd is vertaalde en het voltooid deelwoord is vertaald. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op vertalen?

Vertalen rijmt op 66 woorden op -alen; betalen, stralen en herhalen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op vertalen, uitspraak vərˈtalən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
betalen 3
stralen 2
herhalen 3
bepalen 3
uitbetalen 4
behalen 3
overhalen 4
bestralen 3
falen 2
dalen 2
halen 2
afbetalen 4
talen 2
aanbetalen 4
koralen 3
verhalen 3
palen 2
ademhalen 4
vooruitbetalen 5
verdwalen 3
dwalen 2
verschalen 3
verschralen 3
donderstralen 4
aanbevalen 4
aandelenkapitalen 7
astragalen 4
bantoetalen 4
binnenschalen 4
boterschalen 4
brachycefalen 5
conferentiezalen 6
detectiveverhalen 7
fanalen 3
gebarentalen 5
herbetalen 4
incontinentiematerialen 10
koepeltalen 4
koppelingspedalen 6
macrotalen 4
Nog 26 rijmwoorden
morgenstralen 4
neutralen 3
ochtendstralen 4
octopuspalen 5
omgangstalen 4
ontkoppelingspedalen 7
parochiezalen 5
pastoralen 4
piramidalen 5
ridderzalen 4
rijsttroepialen 5
saladeschalen 5
schoollokalen 4
schouwburgzalen 5
speurdersverhalen 5
toeslagenschandalen 6
troepialen 4
turnzalen 4
vampierverhalen 5
verenigingslokalen 7
verkooplokalen 5
vertreksignalen 5
vocalen 3
vrouwentalen 4
vuursignalen 4
wanbetalen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vertalen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. T 2
  5. A 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vertalen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. T 2
  5. A 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vertalen in het kort

vertalen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van vertalen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vertalen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vertalen: het omzetten van geschreven of gesproken informatie naar een andere taal
Deel vertalen — standaardnederlands.nl