vertalen
werkwoord vərˈtalə(n)Betekenis
- het omzetten van geschreven of gesproken informatie naar een andere taal
Hoe spreek je vertalen uit?
/vərˈtalən/
Vertalen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| t | tak |
| a | maan |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- omzetten van geschreven of gesproken informatie naar een andere taal transitive
Vervoeging van vertalen
vertalenhele werkwoord — vertaaldeverleden tijd enkelvoud — vertaaldenverleden tijd meervoud — vertaaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vertaal | vertaalde |
| jij | vertaalt | vertaalde |
| hij, zij, het | vertaalt | vertaalde |
| wij | vertalen | vertaalden |
| jullie | vertalen | vertaalden |
| zij | vertalen | vertaalden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben vertaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vertaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vertaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vertaald | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vertaald | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vertaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vertaald worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vertaald zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vertaald worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vertaald zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vertaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vertaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vertaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vertaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vertaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vertaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vertaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vertaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vertaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vertaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vertaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vertaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vertaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vertaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vertaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is vertaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vertaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vertaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vertalen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vertalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vertaal | gebiedende wijs |
| vertaald | verleden tijd, deelwoord |
| vertaald te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vertaald te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vertaald te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vertaald te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vertaald te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vertaald worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vertaald zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vertaald zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vertaald zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vertaald zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vertaalde | verleden tijd |
| vertale | aanvoegende wijs |
| vertalend | onvoltooid, deelwoord |
| waart vertaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vertaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vertaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vertaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vertaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vertaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vertaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vertaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vertaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vertaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vertaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vertaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vertaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vertaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vertaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vertaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vertaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vertaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vertaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vertaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal vertaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vertaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vertaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vertaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vertaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vertaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vertaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vertalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vertalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vertalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn vertaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vertaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vertaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vertaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vertaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vertaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vertaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vertaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vertaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vertaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vertaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vertaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vertaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vertalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vertalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vertalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vertaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vertaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vertaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vertaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vertaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vertaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vertaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vertaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vertaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vertalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vertalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vertalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vertaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vertaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vertaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vertalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vertaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vertaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vertaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vertaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vertaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vertaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vertaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vertaald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vertaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vertalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vertalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vertalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vertalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vertaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vertaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vertaald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vertalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van Middelnederlands vertalen "vertellen", maar later opgevat als afgeleid met het voorvoegsel ver- taal zn met het achtervoegsel -en, in de betekenis van ‘van de ene taal in de andere overbrengen’ voor het eerst aangetroffen in 1526
Woordfamilie van vertalen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vertaal | gebiedende wijs | vertalen |
| vertaald | voltooid deelwoord | vertalen |
| vertaalde | verleden tijd | vertalen |
| vertaalden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vertalen |
| vertaalt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vertalen |
| vertale | aanvoegende wijs | vertalen |
| vertalend | onvoltooid deelwoord | vertalen |
| vertalende | woordvorm | vertalen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vertalen zijn vastgelegd.