Naar de inhoud

concretiseren

(m.b.t. een gegeven) concreet maken

concretiseren

werkwoord

Betekenis

  1. (m.b.t. een gegeven) concreet maken

werkwoord

  1. concreet maken transitive

Vervoeging van concretiseren

concretiserenhele werkwoord — concretiseerdeverleden tijd enkelvoud — concretiseerdenverleden tijd meervoud — geconcretiseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik concretiseer concretiseerde
jij concretiseert concretiseerde
hij, zij, het concretiseert concretiseerde
wij concretiseren concretiseerden
jullie concretiseren concretiseerden
zij concretiseren concretiseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geconcretiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geconcretiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
concretiseer gebiedende wijs
concretiseerde verleden tijd
concretisere aanvoegende wijs
concretiserend onvoltooid, deelwoord
er is geconcretiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geconcretiseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geconcretiseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geconcretiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geconcretiseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geconcretiseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geconcretiseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geconcretiseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geconcretiseerd verleden tijd, deelwoord
geconcretiseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geconcretiseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geconcretiseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconcretiseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconcretiseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geconcretiseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geconcretiseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geconcretiseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geconcretiseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geconcretiseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geconcretiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geconcretiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geconcretiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geconcretiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geconcretiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geconcretiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geconcretiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geconcretiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconcretiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geconcretiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geconcretiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geconcretiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geconcretiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconcretiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geconcretiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geconcretiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geconcretiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te concretiseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geconcretiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen concretiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geconcretiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geconcretiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geconcretiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geconcretiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geconcretiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geconcretiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geconcretiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geconcretiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geconcretiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geconcretiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geconcretiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geconcretiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geconcretiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geconcretiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geconcretiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geconcretiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geconcretiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geconcretiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geconcretiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geconcretiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal concretiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal concretiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal concretiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geconcretiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconcretiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geconcretiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geconcretiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconcretiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geconcretiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geconcretiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geconcretiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geconcretiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geconcretiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geconcretiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou concretiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou concretiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou concretiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geconcretiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconcretiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconcretiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geconcretiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconcretiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geconcretiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconcretiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geconcretiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geconcretiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden concretiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden concretiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden concretiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geconcretiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geconcretiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geconcretiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geconcretiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geconcretiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geconcretiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geconcretiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geconcretiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geconcretiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt concretiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geconcretiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geconcretiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geconcretiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen concretiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen concretiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen concretiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen concretiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geconcretiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geconcretiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geconcretiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geconcretiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geconcretiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geconcretiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geconcretiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geconcretiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geconcretiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult concretiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geconcretiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geconcretiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geconcretiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van concreet met het achtervoegsel -iseren.

Woordfamilie van concretiseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
concretiseer gebiedende wijs concretiseren
concretiseerde verleden tijd concretiseren
concretiseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon concretiseren
concretiseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon concretiseren
concretisere aanvoegende wijs concretiseren
concretiserend onvoltooid deelwoord concretiseren
concretiserende woordvorm concretiseren
geconcretiseerd voltooid deelwoord concretiseren
geconcretiseerde woordvorm concretiseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van concretiseren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over concretiseren

Wat is de betekenis van concretiseren?
Concretiseren is een werkwoord. De betekenis is: (m.b.t. een gegeven) concreet maken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik concretiseren?
Zo vervoeg je concretiseren zo: de tegenwoordige tijd is concretiseer, de verleden tijd is concretiseerde en het voltooid deelwoord is geconcretiseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord concretiseren is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. C 5
  5. R 2
  6. E 1
  7. T 2
  8. I 1
  9. S 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

concretiseren levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. O 1
  3. N 1
  4. C 5
  5. R 2
  6. E 1
  7. T 2
  8. I 2
  9. S 2
  10. E 1
  11. R 2
  12. E 1
  13. N 1
  14. 26 zonder bonus
  15. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

concretiseren in het kort

concretiseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van concretiseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort concretiseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

concretiseren: (m.b.t. een gegeven) concreet maken
Deel concretiseren — standaardnederlands.nl