concretiseren
werkwoordBetekenis
- (m.b.t. een gegeven) concreet maken
werkwoord
- concreet maken transitive
Vervoeging van concretiseren
concretiserenhele werkwoord — concretiseerdeverleden tijd enkelvoud — concretiseerdenverleden tijd meervoud — geconcretiseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | concretiseer | concretiseerde |
| jij | concretiseert | concretiseerde |
| hij, zij, het | concretiseert | concretiseerde |
| wij | concretiseren | concretiseerden |
| jullie | concretiseren | concretiseerden |
| zij | concretiseren | concretiseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geconcretiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geconcretiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| concretiseer | gebiedende wijs |
| concretiseerde | verleden tijd |
| concretisere | aanvoegende wijs |
| concretiserend | onvoltooid, deelwoord |
| er is geconcretiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geconcretiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geconcretiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geconcretiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geconcretiseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geconcretiseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geconcretiseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geconcretiseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geconcretiseerd | verleden tijd, deelwoord |
| geconcretiseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geconcretiseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geconcretiseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconcretiseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconcretiseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geconcretiseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geconcretiseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geconcretiseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geconcretiseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geconcretiseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geconcretiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geconcretiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geconcretiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geconcretiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geconcretiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geconcretiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geconcretiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geconcretiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconcretiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geconcretiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geconcretiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geconcretiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geconcretiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconcretiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geconcretiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geconcretiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geconcretiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te concretiseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geconcretiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen concretiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geconcretiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geconcretiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geconcretiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geconcretiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geconcretiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geconcretiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geconcretiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geconcretiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geconcretiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geconcretiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geconcretiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geconcretiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geconcretiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geconcretiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geconcretiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geconcretiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geconcretiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geconcretiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geconcretiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geconcretiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal concretiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal concretiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal concretiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geconcretiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconcretiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geconcretiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geconcretiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconcretiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geconcretiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geconcretiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geconcretiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geconcretiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geconcretiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geconcretiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou concretiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou concretiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou concretiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geconcretiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconcretiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconcretiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geconcretiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconcretiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geconcretiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconcretiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geconcretiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geconcretiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden concretiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden concretiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden concretiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geconcretiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconcretiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconcretiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geconcretiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geconcretiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geconcretiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geconcretiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geconcretiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geconcretiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt concretiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geconcretiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geconcretiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geconcretiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen concretiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen concretiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen concretiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen concretiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geconcretiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geconcretiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geconcretiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geconcretiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geconcretiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geconcretiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geconcretiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geconcretiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geconcretiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult concretiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geconcretiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geconcretiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geconcretiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van concreet met het achtervoegsel -iseren.
Woordfamilie van concretiseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| concretiseer | gebiedende wijs | concretiseren |
| concretiseerde | verleden tijd | concretiseren |
| concretiseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | concretiseren |
| concretiseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | concretiseren |
| concretisere | aanvoegende wijs | concretiseren |
| concretiserend | onvoltooid deelwoord | concretiseren |
| concretiserende | woordvorm | concretiseren |
| geconcretiseerd | voltooid deelwoord | concretiseren |
| geconcretiseerde | woordvorm | concretiseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van concretiseren zijn vastgelegd.