definiëren
werkwoordBetekenis
- de aard van iets in een omschrijving vastleggen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van definiëren
definiërenhele werkwoord — definieerdeverleden tijd enkelvoud — definieerdenverleden tijd meervoud — gedefinieerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | definieer | definieerde |
| jij | definieert | definieerde |
| hij, zij, het | definieert | definieerde |
| wij | definiëren | definieerden |
| jullie | definiëren | definieerden |
| zij | definiëren | definieerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedefinieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedefinieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| definieer | gebiedende wijs |
| definieerde | verleden tijd |
| definiëre | aanvoegende wijs |
| definiërend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedefinieerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedefinieerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedefinieerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedefinieerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedefinieerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedefinieerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedefinieerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedefinieerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedefinieerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedefinieerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedefinieerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedefinieerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedefinieerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedefinieerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedefinieerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedefinieerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedefinieerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedefinieerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedefinieerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedefinieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedefinieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedefinieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedefinieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedefinieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedefinieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedefinieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedefinieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedefinieerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedefinieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedefinieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedefinieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedefinieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedefinieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedefinieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedefinieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedefinieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te definiëren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedefinieerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen definiëren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedefinieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedefinieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedefinieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedefinieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedefinieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedefinieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedefinieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedefinieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedefinieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedefinieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedefinieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedefinieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedefinieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedefinieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedefinieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedefinieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedefinieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedefinieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedefinieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedefinieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal definiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal definiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal definiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedefinieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedefinieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedefinieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedefinieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedefinieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedefinieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedefinieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedefinieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedefinieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedefinieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedefinieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou definiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou definiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou definiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedefinieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedefinieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedefinieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedefinieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedefinieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedefinieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedefinieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedefinieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedefinieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden definiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden definiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden definiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedefinieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedefinieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedefinieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedefinieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedefinieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedefinieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedefinieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedefinieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedefinieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt definiëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedefinieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedefinieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedefinieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen definiëren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen definiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen definiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen definiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedefinieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedefinieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedefinieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedefinieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedefinieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedefinieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedefinieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedefinieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedefinieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult definiëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedefinieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedefinieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedefinieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘duidelijk omschrijven’ voor het eerst aangetroffen in 1650
Woordfamilie van definiëren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| definieer | gebiedende wijs | definiëren |
| definieerde | verleden tijd | definiëren |
| definieerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | definiëren |
| definieert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | definiëren |
| definiëre | aanvoegende wijs | definiëren |
| definiërend | onvoltooid deelwoord | definiëren |
| definiërende | woordvorm | definiëren |
| gedefinieerd | voltooid deelwoord | definiëren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van definiëren zijn vastgelegd.