Naar de inhoud

determineren

bepalen, vaststellen

determineren

werkwoord

Betekenis

  1. bepalen, vaststellen
  2. identificeren op basis van de kenmerken
  3. bijzondere kenmerken toevoegen aan (een algemeen begrip)

Vervoeging van determineren

determinerenhele werkwoord — determineerdeverleden tijd enkelvoud — determineerdenverleden tijd meervoud — gedetermineerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik determineer determineerde
jij determineert determineerde
hij, zij, het determineert determineerde
wij determineren determineerden
jullie determineren determineerden
zij determineren determineerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedetermineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedetermineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
determineer gebiedende wijs
determineerde verleden tijd
determinere aanvoegende wijs
determinerend onvoltooid, deelwoord
er is gedetermineerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedetermineerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedetermineerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedetermineerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedetermineerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedetermineerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedetermineerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedetermineerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedetermineerd verleden tijd, deelwoord
gedetermineerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedetermineerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedetermineerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedetermineerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedetermineerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedetermineerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedetermineerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedetermineerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedetermineerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedetermineerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedetermineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedetermineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedetermineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedetermineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedetermineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedetermineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedetermineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedetermineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedetermineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedetermineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedetermineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedetermineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedetermineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedetermineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedetermineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedetermineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedetermineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te determineren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedetermineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen determineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedetermineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedetermineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedetermineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedetermineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedetermineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedetermineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedetermineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedetermineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedetermineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedetermineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedetermineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedetermineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedetermineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedetermineerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedetermineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedetermineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedetermineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedetermineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedetermineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedetermineerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal determineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal determineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal determineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedetermineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedetermineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedetermineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedetermineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedetermineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedetermineerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedetermineerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedetermineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedetermineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedetermineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedetermineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou determineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou determineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou determineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedetermineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedetermineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedetermineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedetermineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedetermineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedetermineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedetermineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedetermineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedetermineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden determineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden determineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden determineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedetermineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedetermineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedetermineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedetermineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedetermineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedetermineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedetermineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedetermineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedetermineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt determineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedetermineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedetermineerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedetermineerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen determineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen determineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen determineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen determineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedetermineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedetermineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedetermineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedetermineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedetermineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedetermineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedetermineerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedetermineerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedetermineerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult determineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedetermineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedetermineerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedetermineerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bepalen’ voor het eerst aangetroffen in 1498

Woordfamilie van determineren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
determineer gebiedende wijs determineren
determineerde verleden tijd determineren
determineerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon determineren
determineert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon determineren
determinere aanvoegende wijs determineren
determinerend onvoltooid deelwoord determineren
determinerende woordvorm determineren
gedetermineerd voltooid deelwoord determineren
gedetermineerde woordvorm determineren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van determineren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over determineren

Wat is de betekenis van determineren?
Determineren is een werkwoord. De betekenis is: bepalen, vaststellen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik determineren?
Zo vervoeg je determineren zo: de tegenwoordige tijd is determineer, de verleden tijd is determineerde en het voltooid deelwoord is gedetermineerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord determineren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. M 3
  7. I 1
  8. N 1
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

determineren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. M 3
  7. I 2
  8. N 1
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 19 zonder bonus
  14. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

determineren in het kort

determineren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van determineren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort determineren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

determineren: bepalen, vaststellen
Deel determineren — standaardnederlands.nl