determineren
werkwoordBetekenis
- bepalen, vaststellen
- identificeren op basis van de kenmerken
- bijzondere kenmerken toevoegen aan (een algemeen begrip)
Vervoeging van determineren
determinerenhele werkwoord — determineerdeverleden tijd enkelvoud — determineerdenverleden tijd meervoud — gedetermineerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | determineer | determineerde |
| jij | determineert | determineerde |
| hij, zij, het | determineert | determineerde |
| wij | determineren | determineerden |
| jullie | determineren | determineerden |
| zij | determineren | determineerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedetermineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedetermineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| determineer | gebiedende wijs |
| determineerde | verleden tijd |
| determinere | aanvoegende wijs |
| determinerend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedetermineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedetermineerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedetermineerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedetermineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedetermineerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedetermineerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedetermineerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedetermineerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedetermineerd | verleden tijd, deelwoord |
| gedetermineerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedetermineerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedetermineerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedetermineerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedetermineerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedetermineerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedetermineerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedetermineerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedetermineerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedetermineerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedetermineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedetermineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedetermineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedetermineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedetermineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedetermineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedetermineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedetermineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedetermineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedetermineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedetermineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedetermineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedetermineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedetermineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedetermineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedetermineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedetermineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te determineren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedetermineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen determineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedetermineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedetermineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedetermineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedetermineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedetermineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedetermineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedetermineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedetermineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedetermineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedetermineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedetermineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedetermineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedetermineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedetermineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedetermineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedetermineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedetermineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedetermineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedetermineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedetermineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal determineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal determineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal determineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedetermineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedetermineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedetermineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedetermineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedetermineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedetermineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedetermineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedetermineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedetermineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedetermineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedetermineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou determineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou determineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou determineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedetermineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedetermineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedetermineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedetermineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedetermineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedetermineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedetermineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedetermineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedetermineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden determineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden determineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden determineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedetermineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedetermineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedetermineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedetermineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedetermineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedetermineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedetermineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedetermineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedetermineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt determineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedetermineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedetermineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedetermineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen determineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen determineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen determineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen determineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedetermineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedetermineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedetermineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedetermineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedetermineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedetermineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedetermineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedetermineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedetermineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult determineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedetermineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedetermineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedetermineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bepalen’ voor het eerst aangetroffen in 1498
Woordfamilie van determineren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| determineer | gebiedende wijs | determineren |
| determineerde | verleden tijd | determineren |
| determineerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | determineren |
| determineert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | determineren |
| determinere | aanvoegende wijs | determineren |
| determinerend | onvoltooid deelwoord | determineren |
| determinerende | woordvorm | determineren |
| gedetermineerd | voltooid deelwoord | determineren |
| gedetermineerde | woordvorm | determineren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van determineren zijn vastgelegd.