overhalen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈovərˌhalə(n)Betekenis
- iemand zo ver proberen te krijgen ergens in mee te gaan
- in een andere stand brengen
- een draad over een andere halen bij het breien
Hoe spreek je overhalen uit?
/ˈovərˌhalən/
Overhalen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| h | hoed |
| a | maan |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van overhalen
overhalenhele werkwoord — haalde oververleden tijd enkelvoud — haalden oververleden tijd meervoud — overgehaaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | haal over | haalde over |
| jij | haalt over | haalde over |
| hij, zij, het | haalt over | haalde over |
| wij | halen over | haalden over |
| jullie | halen over | haalden over |
| zij | halen over | haalden over |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben overgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent overgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is overgehaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was overgehaald | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd overgehaald | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt overgehaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal overgehaald worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal overgehaald zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou overgehaald worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou overgehaald zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| haal over | gebiedende wijs |
| haalde over | verleden tijd |
| had overgehaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had overgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had overgehaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden overgehaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden overgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden overgehaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt overgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb overgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overgehaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben overgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben overgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt overgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is overgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is overgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| over te halen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| over te zullen halen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| over zal halen | bijzin, toekomende tijd |
| over zou halen | bijzin, voorwaardelijk |
| over zouden halen | bijzin, voorwaardelijk |
| over zoudt halen | bijzin, voorwaardelijk |
| over zullen halen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| over zullen halen | bijzin, toekomende tijd |
| over zult halen | bijzin, toekomende tijd |
| overgehaald | verleden tijd, deelwoord |
| overgehaald te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overgehaald te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overgehaald te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgehaald te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgehaald te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgehaald worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overgehaald zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overgehaald zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overgehaald zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overgehaald zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overhaal | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overhaalde | bijzin, verleden tijd |
| overhaalden | bijzin, verleden tijd |
| overhaalt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overhalend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben overgehaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen overhalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart overgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overgehaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren overgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overgehaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was overgehaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was overgehaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was overgehaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd overgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd overgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd overgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden overgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden overgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden overgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt overgehaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word overgehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden overgehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden overgehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden overgehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt overgehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt overgehaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal overgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal overgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal overgehaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgehaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal overhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal overhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal overhalen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn overgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn overgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn overgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt overgehaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou overgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou overgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou overhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou overhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou overhalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) overhalen over zou(dt) halen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden overgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden overhalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt overgehaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overgehaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt overhalen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen overgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overgehaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overgehaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overgehaald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overgehaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overhalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen overhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overhalen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen overhalen | bijzin, toekomende tijd |
| zult overgehaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord overhaal
Herkomst
samenstelling van over bw en halen ww
Woordfamilie van overhalen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| haal over | gebiedende wijs | overhalen |
| haalde over | verleden tijd | overhalen |
| haalden over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | overhalen |
| haalt over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | overhalen |
| hale over | woordvorm | overhalen |
| halen over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | overhalen |
| overgehaald | voltooid deelwoord | overhalen |
| overhaalde | subordinate-clause, verleden tijd | overhalen |
| overhaalden | subordinate-clause, verleden tijd | overhalen |
| overhaalt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overhalen |
| overhale | with-subordinate-clause | overhalen |
| overhalend | onvoltooid deelwoord | overhalen |
| overhalende | woordvorm | overhalen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overhalen zijn vastgelegd.