verdwalen
werkwoord vərˈdwalə(n)Betekenis
- de weg kwijtraken
Hoe spreek je verdwalen uit?
/vərˈdwalən/
Verdwalen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| d | dak |
| w | quiz |
| a | maan |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verdwalen
verdwalenhele werkwoord — verdwaaldeverleden tijd enkelvoud — verdwaaldenverleden tijd meervoud — verdwaaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verdwaal | verdwaalde |
| jij | verdwaalt | verdwaalde |
| hij, zij, het | verdwaalt | verdwaalde |
| wij | verdwalen | verdwaalden |
| jullie | verdwalen | verdwaalden |
| zij | verdwalen | verdwaalden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verdwaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verdwaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verdwaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verdwaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verdwalen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verdwaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verdwalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdwaal | gebiedende wijs |
| verdwaald | verleden tijd, deelwoord |
| verdwaald te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdwaald zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdwaalde | verleden tijd |
| verdwale | aanvoegende wijs |
| verdwalend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verdwaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdwaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verdwaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdwaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verdwaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verdwaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verdwaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal verdwaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdwaald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verdwaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verdwalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verdwalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verdwalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verdwaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verdwaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verdwaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verdwaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verdwaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verdwaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdwaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdwaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verdwalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verdwalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verdwalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verdwaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdwaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdwaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdwalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdwalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdwalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verdwaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdwalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verdwaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdwaald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdwaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdwalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verdwalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdwalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdwalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verdwaald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdwalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van dwalen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verdwalen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verdwaal | gebiedende wijs | verdwalen |
| verdwaalden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verdwalen |
| verdwaalt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verdwalen |
| verdwale | aanvoegende wijs | verdwalen |
| verdwalend | onvoltooid deelwoord | verdwalen |
| verdwalende | woordvorm | verdwalen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdwalen zijn vastgelegd.