ontdooien
werkwoord ɔnˈdojə(n)Betekenis
- ophouden bevroren te zijn
- uit bevroren toestand halen
- ophouden zich stijf en formeel op te stellen
Hoe spreek je ontdooien uit?
/ɔnˈdojən/
Ontdooien bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| o | boot |
| j | ja |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van ontdooien
ontdooienhele werkwoord — ontdooideverleden tijd enkelvoud — ontdooidenverleden tijd meervoud — ontdooidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ontdooi | ontdooide |
| jij | ontdooit | ontdooide |
| hij, zij, het | ontdooit | ontdooide |
| wij | ontdooien | ontdooiden |
| jullie | ontdooien | ontdooiden |
| zij | ontdooien | ontdooiden |
Alle 61 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| er is ontdooid | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was ontdooid | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd ontdooid | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt ontdooid | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal ontdooid worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal ontdooid zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou ontdooid worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou ontdooid zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| hebben ontdooid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is ontdooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| ontdooi | gebiedende wijs |
| ontdooid | verleden tijd, deelwoord |
| ontdooid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ontdooid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ontdooid te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontdooid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontdooid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontdooid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ontdooid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ontdooid zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontdooid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontdooid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontdooide | verleden tijd |
| ontdooie | aanvoegende wijs |
| ontdooiend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben/zijn ontdooid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te ontdooien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ontdooien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren ontdooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ontdooid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ontdooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden ontdooid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden ontdooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ontdooid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ontdooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ontdooid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ontdooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ontdooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ontdooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn ontdooid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn ontdooid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou ontdooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ontdooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ontdooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ontdooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ontdooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden ontdooid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontdooid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontdooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ontdooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ontdooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt ontdooien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen ontdooid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontdooid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontdooien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ontdooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ontdooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ontdooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult ontdooien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘vloeibaar worden van ijs’ voor het eerst aangetroffen in 1602
Woordfamilie van ontdooien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ontdooi | gebiedende wijs | ontdooien |
| ontdooid | voltooid deelwoord | ontdooien |
| ontdooide | verleden tijd | ontdooien |
| ontdooiden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ontdooien |
| ontdooie | aanvoegende wijs | ontdooien |
| ontdooiend | onvoltooid deelwoord | ontdooien |
| ontdooiende | woordvorm | ontdooien |
| ontdooit | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ontdooien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontdooien zijn vastgelegd.