klap
zelfstandig naamwoord, werkwoord klɑpBetekenis
- plotselinge, luidruchtige slag
- een bestraffing door slagen met de open hand
- kataklop, het galopperen van een paard
Hoe spreek je klap uit?
/klɑp/
Klap bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| ɑ | bad |
| p | pak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| klapjes | verkleinwoord, meervoud |
| klappen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klappen
- gebiedende wijs van klappen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klappen
Vervoeging van klap
klaphele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘slag’ voor het eerst aangetroffen in 1400
Woordfamilie van klap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klapje | verkleinwoord | klap |
| klapjes | verkleinwoord meervoud | klap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klap zijn vastgelegd.