houw
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ɦʌu/Betekenis
- een slag met een scherp voorwerp
- harde klap
Hoe spreek je houw uit?
/hʌu/
Houw bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ʌu | koud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| houwen | meervoud |
| houwtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| houwtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van houwen
- gebiedende wijs van houwen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van houwen
Vervoeging van houw
houwhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘hak, slag’ voor het eerst aangetroffen in 1170
Woordfamilie van houw
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| houwtje | verkleinwoord | houw |
| houwtjes | verkleinwoord meervoud | houw |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van houw zijn vastgelegd.