klapekster
zelfstandig naamwoordBetekenis
- vogel ter grootte van een merel met een kenmerkende haaksnavel en zwart-grijs verenkleed uit de familie der klauwieren
- kletser
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Lanius excubitor vogel ter grootte van een merel met een kenmerkende haaksnavel en zwart-grijs verenkleed uit de familie der klauwieren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klapeksters | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘zangvogel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1860
Woordfamilie van klapekster
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klapeksters | meervoud | klapekster |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klapekster zijn vastgelegd.