overstap
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈoverˌstɑpBetekenis
- overgang
- het overstappen in een ander vervoermiddel
- verhoging bij een hek die is aangebracht om daar makkelijk overheen te kunnen stappen
Hoe spreek je overstap uit?
/ˈoverˌstɑp/
Overstap bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| e | veel |
| r | rood |
| s | sok |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- handeling van over iets heen te stappen
- verandering van het ene vervoermiddel in het andere
- houten of stenen trapje of laddertje bij een heining of lage muur dat is aangebracht om daar makkelijk overheen te kunnen stappen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overstapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| overstapjes | verkleinwoord, meervoud |
| overstappen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overstappen
Vervoeging van overstap
overstaphele werkwoord
Herkomst
zn: van Middelnederlands overstap; naamwoord van handeling van overstappen ww (zonder -en)
Woordfamilie van overstap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overstapje | verkleinwoord | overstap |
| overstapjes | verkleinwoord meervoud | overstap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overstap zijn vastgelegd.