Naar de inhoud

klappen

als vertoon van bijval, dank of bewondering de open handen ineenslaan

klappen is meer dan één woord

klappen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈklɑpə(n)

Betekenis

  1. als vertoon van bijval, dank of bewondering de open handen ineenslaan
  2. plotseling een luid geluid voortbrengen
  3. praten op een gemoedelijke of niet ernstige manier
  4. zo bewegen of raken dat het plotseling een luid geluid maakt

Hoe spreek je klappen uit?

/ˈklɑpən/

Klappen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈklɑpən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
l land
ɑ bad
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van klappen

klappenhele werkwoord — klapteverleden tijd enkelvoud — klaptenverleden tijd meervoud — geklaptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik klap klapte
jij klapt klapte
hij, zij, het klapt klapte
wij klappen klapten
jullie klappen klapten
zij klappen klapten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geklapt verleden tijd, deelwoord
geklapt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geklapt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geklapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geklapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geklapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geklapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geklapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geklapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geklapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geklapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geklapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geklapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geklapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geklapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geklapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geklapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geklapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
klap gebiedende wijs
klappe aanvoegende wijs
klappend onvoltooid, deelwoord
klapte verleden tijd
te hebben geklapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te klappen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen klappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geklapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geklapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geklapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal klappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal klappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal klappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geklapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geklapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geklapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou klappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou klappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou klappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geklapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geklapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geklapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden klappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden klappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden klappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geklapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt klappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geklapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geklapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geklapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen klappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen klappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen klappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen klappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geklapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult klappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord klap

Herkomst

van Middelnederlands clappen, verwant aan kleppen,

Woordfamilie van klappen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geklapt voltooid deelwoord klappen
geklapte woordvorm klappen
klappe aanvoegende wijs klappen
klappend onvoltooid deelwoord klappen
klappende woordvorm klappen
klapt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon klappen
klapte verleden tijd klappen
klapten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon klappen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klappen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over klappen

Hoe spreek je klappen uit?
De uitspraak van klappen is: /ˈklɑpə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent klappen?
Klappen is een werkwoord. Het woord betekent: als vertoon van bijval, dank of bewondering de open handen ineenslaan. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je klappen?
Je vervoegt klappen als volgt: de tegenwoordige tijd is klap, de verleden tijd is klapte en het voltooid deelwoord is geklapt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op klappen?

In dit woordenboek rijmen 29 woorden op -appen op klappen, zoals trappen, stappen en schrappen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op klappen, uitspraak ˈklɑpən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
trappen 2
stappen 2
schrappen 2
snappen 2
kappen 2
pappen 2
ginnegappen 4
lappen 2
overlappen 4
vertrappen 3
tjappen 2
vertappen 3
aalbessensappen 5
aartsbroederschappen 5
afschermkappen 5
berkensappen 4
beschermkappen 5
bijbelwetenschappen 6
frappen 2
geowetenschappen 6
ingenieurswetenschappen 7
kamerlidmaatschappen 6
lammetjespappen 5
maïspappen 4
maïzenapappen 5
sappen 2
wandbeenkwabben 4
wandbeenskwabben 4
zeileigenschappen 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord klappen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. L 3
  3. A 1
  4. P 3
  5. P 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

klappen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 115 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. L 3
  3. A 1
  4. P 4
  5. P 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 17 zonder bonus
  9. 115 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

klappen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

klappen in het kort

klappen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van klappen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort klappen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

klappen: als vertoon van bijval, dank of bewondering de open handen ineenslaan
Deel klappen — standaardnederlands.nl