map
zelfstandig naamwoord /mɑp/Betekenis
- een stevig omhulsel voor papieren
- een gebundelde verzameling gegevens
- deel van het bestandssysteem, waarin een aantal bestanden op gestructureerde wijze bewaard kunnen worden, directory
- landkaart
- in kaart brengen
- indelen, classificeren
- arrangeren
Hoe spreek je map uit?
/mɑp/
Map bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɑ | bad |
| p | pak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- deel van het bestandssysteem, waarin een aantal bestanden op gestructureerde wijze bewaard kunnen worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mapjes | verkleinwoord, meervoud |
| mappen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘omslag’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van map
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mapje | verkleinwoord | map |
| mapjes | verkleinwoord meervoud | map |
| mappen | meervoud | map |
| mappe | woordvorm | mappen |
| mappende | woordvorm | mappen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van map zijn vastgelegd.