slab
zelfstandig naamwoord, werkwoord /slɑp/Betekenis
- doekje waarop met name een kind kan morsen tijdens het eten of drinken zodat de kleren schoon blijven
Hoe spreek je slab uit?
/slɑp/
Slab bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| l | land |
| ɑ | bad |
| p | pak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- vochtwerende strook (lood of plastic) in een muur
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| slabben | meervoud |
| slabbetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| slabbetjes | verkleinwoord, meervoud |
| slabje | verkleinwoord, enkelvoud |
| slabjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slabben
- gebiedende wijs van slabben
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slabben
Vervoeging van slab
slabhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘morsdoekje’ voor het eerst aangetroffen in 1546
Woordfamilie van slab
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| slabbetje | verkleinwoord | slab |
| slabbetjes | verkleinwoord meervoud | slab |
| slabje | verkleinwoord | slab |
| slabjes | verkleinwoord meervoud | slab |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slab zijn vastgelegd.