priesterschap
zelfstandig naamwoord ˈpristərˌsxɑpBetekenis
- het uitoefenen van het ambt van priester
- de verzamelde priesters van een bepaalde cultus
Hoe spreek je priesterschap uit?
/ˈpristərˌsxɑp/
Priesterschap bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| i | riet |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| priesterschappen | meervoud |
Herkomst
Afgeleid van priester met het achtervoegsel -schap
Woordfamilie van priesterschap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| priesterschappen | meervoud | priesterschap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van priesterschap zijn vastgelegd.