appelsap
zelfstandig naamwoord ˈɑpəlˌsɑpBetekenis
- een vruchtensap die uit appels bereid is
- een zekere voorraad van 1, zoals een pak of fles
- appelsap
Hoe spreek je appelsap uit?
/ˈɑpəlˌsɑp/
Appelsap bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| p | pak |
| ə | de |
| l | land |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- / een zekere voorraad van [1], zoals een pak of fles feminine, masculine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| appelsapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| appelsapjes | verkleinwoord, meervoud |
| appelsappen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘drank van appels’ voor het eerst aangetroffen in 1562
Woordfamilie van appelsap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| appelsapje | verkleinwoord | appelsap |
| appelsapjes | verkleinwoord meervoud | appelsap |
| appelsappen | meervoud | appelsap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van appelsap zijn vastgelegd.