hap
zelfstandig naamwoord, werkwoord hɑpBetekenis
- beet, wat men in mond genomen heeft
- voedsel bedoeld om een maaltijd te vormen
- een minderwaardige maaltijd
- de hele ~ de gehele zooi
Hoe spreek je hap uit?
/hɑp/
Hap bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| p | pak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- voedsel of iets anders dat je door het openen en sluiten van je lippen in je mond krijgt
- minderwaardige maaltijd pejorative
- deel dat uit een geheel verwijderd wordt figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hapjes | verkleinwoord, meervoud |
| happen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van happen
- gebiedende wijs van happen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van happen
Vervoeging van hap
haphele werkwoord
Herkomst
afgeleid van happen ww zonder het achtervoegsel -en