heenvlieden
werkwoordBetekenis
- zich vluchtend uit de voeten maken
Vervoeging van heenvlieden
heenvliedenhele werkwoord — vlood heenverleden tijd enkelvoud — vloden heenverleden tijd meervoud — heengevlodenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vlied heen | vlood heen |
| jij | vliedt heen | vlood heen |
| hij, zij, het | vliedt heen | vlood heen |
| wij | vlieden heen | vloden heen |
| jullie | vlieden heen | vloden heen |
| zij | vlieden heen | vloden heen |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben heengevloden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent heengevloden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| heen te vlieden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| heen te zullen vlieden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| heen zal vlieden | bijzin, toekomende tijd |
| heen zou vlieden | bijzin, voorwaardelijk |
| heen zouden vlieden | bijzin, voorwaardelijk |
| heen zoudt vlieden | bijzin, voorwaardelijk |
| heen zullen vlieden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| heen zullen vlieden | bijzin, toekomende tijd |
| heen zult vlieden | bijzin, toekomende tijd |
| heengevloden | verleden tijd, deelwoord |
| heengevloden te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| heengevloden zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| heenvlied | bijzin, tegenwoordige tijd |
| heenvliedend | onvoltooid, deelwoord |
| heenvliedt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| heenvloden | bijzin, verleden tijd |
| heenvlood | bijzin, verleden tijd |
| is heengevloden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is heengevloden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te zijn heengevloden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen heenvlieden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vlied heen | gebiedende wijs |
| vlood heen | verleden tijd |
| waart heengevloden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren heengevloden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren heengevloden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren heengevloden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was heengevloden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was heengevloden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was heengevloden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal heengevloden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal heengevloden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal heengevloden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal heenvlieden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal heenvlieden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal heenvlieden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal heenvlieden | bijzin, toekomende tijd |
| zijn heengevloden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn heengevloden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn heengevloden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn heengevloden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt heengevloden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou heengevloden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou heengevloden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou heengevloden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou heenvlieden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou heenvlieden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou heenvlieden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou heenvlieden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) heenvlieden heen zou(dt) vlieden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden heengevloden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden heengevloden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden heengevloden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden heenvlieden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden heenvlieden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden heenvlieden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden heenvlieden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt heengevloden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt heenvlieden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt heenvlieden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen heengevloden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen heengevloden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen heengevloden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen heenvlieden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen heenvlieden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen heenvlieden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen heenvlieden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen heenvlieden | bijzin, toekomende tijd |
| zult heengevloden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult heenvlieden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult heenvlieden | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal heenvlieden heen zult/zal vlieden | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van heen bw en vlieden ww
Woordfamilie van heenvlieden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| heengevloden | voltooid deelwoord | heenvlieden |
| heenvlied | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | heenvlieden |
| heenvliede | with-subordinate-clause | heenvlieden |
| heenvliedend | onvoltooid deelwoord | heenvlieden |
| heenvliedende | woordvorm | heenvlieden |
| heenvliedt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | heenvlieden |
| heenvloden | subordinate-clause, verleden tijd | heenvlieden |
| heenvlood | subordinate-clause, verleden tijd | heenvlieden |
| vlied heen | gebiedende wijs | heenvlieden |
| vliede heen | woordvorm | heenvlieden |
| vlieden heen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | heenvlieden |
| vliedt heen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | heenvlieden |
| vloden heen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | heenvlieden |
| vlood heen | verleden tijd | heenvlieden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heenvlieden zijn vastgelegd.