Naar de inhoud

heenvlieden

zich vluchtend uit de voeten maken

heenvlieden

werkwoord

Betekenis

  1. zich vluchtend uit de voeten maken

Vervoeging van heenvlieden

heenvliedenhele werkwoord — vlood heenverleden tijd enkelvoud — vloden heenverleden tijd meervoud — heengevlodenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vlied heen vlood heen
jij vliedt heen vlood heen
hij, zij, het vliedt heen vlood heen
wij vlieden heen vloden heen
jullie vlieden heen vloden heen
zij vlieden heen vloden heen
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben heengevloden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent heengevloden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
heen te vlieden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
heen te zullen vlieden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
heen zal vlieden bijzin, toekomende tijd
heen zou vlieden bijzin, voorwaardelijk
heen zouden vlieden bijzin, voorwaardelijk
heen zoudt vlieden bijzin, voorwaardelijk
heen zullen vlieden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
heen zullen vlieden bijzin, toekomende tijd
heen zult vlieden bijzin, toekomende tijd
heengevloden verleden tijd, deelwoord
heengevloden te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
heengevloden zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
heenvlied bijzin, tegenwoordige tijd
heenvliedend onvoltooid, deelwoord
heenvliedt bijzin, tegenwoordige tijd
heenvloden bijzin, verleden tijd
heenvlood bijzin, verleden tijd
is heengevloden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is heengevloden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn heengevloden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen heenvlieden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vlied heen gebiedende wijs
vlood heen verleden tijd
waart heengevloden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren heengevloden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren heengevloden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren heengevloden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was heengevloden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was heengevloden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was heengevloden voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal heengevloden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal heengevloden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal heengevloden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal heenvlieden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal heenvlieden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal heenvlieden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal heenvlieden bijzin, toekomende tijd
zijn heengevloden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn heengevloden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn heengevloden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn heengevloden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt heengevloden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou heengevloden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou heengevloden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou heengevloden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou heenvlieden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou heenvlieden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou heenvlieden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou heenvlieden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) heenvlieden heen zou(dt) vlieden bijzin, voorwaardelijk
zouden heengevloden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden heengevloden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden heengevloden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden heenvlieden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden heenvlieden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden heenvlieden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden heenvlieden bijzin, voorwaardelijk
zoudt heengevloden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt heenvlieden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt heenvlieden bijzin, voorwaardelijk
zullen heengevloden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen heengevloden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen heengevloden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen heenvlieden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen heenvlieden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen heenvlieden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen heenvlieden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen heenvlieden bijzin, toekomende tijd
zult heengevloden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult heenvlieden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult heenvlieden bijzin, toekomende tijd
zult/zal heenvlieden heen zult/zal vlieden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van heen bw en vlieden ww

Woordfamilie van heenvlieden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
heengevloden voltooid deelwoord heenvlieden
heenvlied subordinate-clause, tegenwoordige tijd heenvlieden
heenvliede with-subordinate-clause heenvlieden
heenvliedend onvoltooid deelwoord heenvlieden
heenvliedende woordvorm heenvlieden
heenvliedt subordinate-clause, tegenwoordige tijd heenvlieden
heenvloden subordinate-clause, verleden tijd heenvlieden
heenvlood subordinate-clause, verleden tijd heenvlieden
vlied heen gebiedende wijs heenvlieden
vliede heen woordvorm heenvlieden
vlieden heen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon heenvlieden
vliedt heen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon heenvlieden
vloden heen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon heenvlieden
vlood heen verleden tijd heenvlieden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heenvlieden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over heenvlieden

Wat betekent heenvlieden?
Heenvlieden is een werkwoord. Het woord betekent: zich vluchtend uit de voeten maken.
Hoe vervoeg je heenvlieden?
Je vervoegt heenvlieden als volgt: het voltooid deelwoord is heengevloden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord heenvlieden is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. E 1
  3. E 1
  4. N 1
  5. V 4
  6. L 3
  7. I 1
  8. E 1
  9. D 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

heenvlieden levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. E 1
  3. E 1
  4. N 1
  5. V 4
  6. L 3
  7. I 2
  8. E 1
  9. D 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

heenvlieden in het kort

heenvlieden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van heenvlieden zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort heenvlieden bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

heenvlieden: zich vluchtend uit de voeten maken
Deel heenvlieden — standaardnederlands.nl