Naar de inhoud

heenrijden

rijdend vertrekken

heenrijden

werkwoord

Betekenis

  1. rijdend vertrekken
  2. op de heenweg rijden
  3. Bij combinaties met over en door maakt heen deel uit van een scheidbaar voornaamwoordelijk bijwoord, niet van het werkwoord.

Vervoeging van heenrijden

heenrijdenhele werkwoord — reed heenverleden tijd enkelvoud — reden heenverleden tijd meervoud — heengeredenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik rij heen reed heen
jij rijdt heen reed heen
hij, zij, het rijdt heen reed heen
wij rijden heen reden heen
jullie rijden heen reden heen
zij rijden heen reden heen
Alle 77 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben heengereden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent heengereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
heen te rijden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
heen te zullen rijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
heen zal rijden bijzin, toekomende tijd
heen zou rijden bijzin, voorwaardelijk
heen zouden rijden bijzin, voorwaardelijk
heen zoudt rijden bijzin, voorwaardelijk
heen zullen rijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
heen zullen rijden bijzin, toekomende tijd
heen zult rijden bijzin, toekomende tijd
heengereden verleden tijd, deelwoord
heengereden te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
heengereden zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
heenreden bijzin, verleden tijd
heenreed bijzin, verleden tijd
heenrij bijzin, tegenwoordige tijd
heenrijd bijzin, tegenwoordige tijd
heenrijdend onvoltooid, deelwoord
heenrijdt bijzin, tegenwoordige tijd
is heengereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is heengereden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
reed heen verleden tijd
rij heen gebiedende wijs
rijd heen gebiedende wijs
te zijn heengereden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen heenrijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart heengereden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren heengereden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren heengereden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren heengereden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was heengereden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was heengereden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was heengereden voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal heengereden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal heengereden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal heengereden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal heenrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal heenrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal heenrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal heenrijden bijzin, toekomende tijd
zijn heengereden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn heengereden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn heengereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn heengereden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt heengereden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou heengereden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou heengereden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou heengereden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou heenrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou heenrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou heenrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou heenrijden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) heenrijden heen zou(dt) rijden bijzin, voorwaardelijk
zouden heengereden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden heengereden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden heengereden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden heenrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden heenrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden heenrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden heenrijden bijzin, voorwaardelijk
zoudt heengereden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt heenrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt heenrijden bijzin, voorwaardelijk
zullen heengereden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen heengereden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen heengereden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen heenrijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen heenrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen heenrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen heenrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen heenrijden bijzin, toekomende tijd
zult heengereden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult heenrijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult heenrijden bijzin, toekomende tijd
zult/zal heenrijden heen zult/zal rijden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van heen bw en rijden ww

Woordfamilie van heenrijden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
heengereden voltooid deelwoord heenrijden
heenreden subordinate-clause, verleden tijd heenrijden
heenreed subordinate-clause, verleden tijd heenrijden
heenrij subordinate-clause, tegenwoordige tijd heenrijden
heenrijd subordinate-clause, tegenwoordige tijd heenrijden
heenrijde with-subordinate-clause heenrijden
heenrijdend onvoltooid deelwoord heenrijden
heenrijdende woordvorm heenrijden
heenrijdt subordinate-clause, tegenwoordige tijd heenrijden
reden heen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon heenrijden
reed heen verleden tijd heenrijden
rij heen gebiedende wijs heenrijden
rijd heen gebiedende wijs heenrijden
rijde heen woordvorm heenrijden
rijden heen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon heenrijden
rijdt heen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon heenrijden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heenrijden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over heenrijden

Wat betekent heenrijden?
Heenrijden is een werkwoord. Het woord betekent: rijdend vertrekken. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je heenrijden?
Je vervoegt heenrijden als volgt: het voltooid deelwoord is heengereden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord heenrijden is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. E 1
  3. E 1
  4. N 1
  5. R 2
  6. I 1
  7. J 4
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

heenrijden levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. E 1
  3. E 1
  4. N 1
  5. R 2
  6. I 2
  7. J 4
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

heenrijden in het kort

heenrijden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van heenrijden zijn 48 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort heenrijden bij een woordfamilie van 16 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

heenrijden: rijdend vertrekken
Deel heenrijden — standaardnederlands.nl