heentrekken
werkwoordBetekenis
- wegtrekken
Vervoeging van heentrekken
heentrekkenhele werkwoord — trok heenverleden tijd enkelvoud — trokken heenverleden tijd meervoud — heengetrokkenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | trek heen | trok heen |
| jij | trekt heen | trok heen |
| hij, zij, het | trekt heen | trok heen |
| wij | trekken heen | trokken heen |
| jullie | trekken heen | trokken heen |
| zij | trekken heen | trokken heen |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben heengetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent heengetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| heen te trekken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| heen te zullen trekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| heen zal trekken | bijzin, toekomende tijd |
| heen zou trekken | bijzin, voorwaardelijk |
| heen zouden trekken | bijzin, voorwaardelijk |
| heen zoudt trekken | bijzin, voorwaardelijk |
| heen zullen trekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| heen zullen trekken | bijzin, toekomende tijd |
| heen zult trekken | bijzin, toekomende tijd |
| heengetrokken | verleden tijd, deelwoord |
| heengetrokken te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| heengetrokken zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| heentrek | bijzin, tegenwoordige tijd |
| heentrekkend | onvoltooid, deelwoord |
| heentrekt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| heentrok | bijzin, verleden tijd |
| heentrokken | bijzin, verleden tijd |
| is heengetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is heengetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te zijn heengetrokken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen heentrekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| trek heen | gebiedende wijs |
| trok heen | verleden tijd |
| waart heengetrokken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren heengetrokken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren heengetrokken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren heengetrokken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was heengetrokken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was heengetrokken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was heengetrokken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal heengetrokken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal heengetrokken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal heengetrokken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal heentrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal heentrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal heentrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal heentrekken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn heengetrokken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn heengetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn heengetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn heengetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt heengetrokken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou heengetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou heengetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou heengetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou heentrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou heentrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou heentrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou heentrekken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) heentrekken heen zou(dt) trekken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden heengetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden heengetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden heengetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden heentrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden heentrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden heentrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden heentrekken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt heengetrokken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt heentrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt heentrekken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen heengetrokken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen heengetrokken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen heengetrokken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen heentrekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen heentrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen heentrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen heentrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen heentrekken | bijzin, toekomende tijd |
| zult heengetrokken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult heentrekken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult heentrekken | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal heentrekken heen zult/zal trekken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van heen en trekken
Woordfamilie van heentrekken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| heengetrokken | voltooid deelwoord | heentrekken |
| heentrek | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | heentrekken |
| heentrekke | with-subordinate-clause | heentrekken |
| heentrekkend | onvoltooid deelwoord | heentrekken |
| heentrekkende | woordvorm | heentrekken |
| heentrekt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | heentrekken |
| heentrok | subordinate-clause, verleden tijd | heentrekken |
| heentrokken | subordinate-clause, verleden tijd | heentrekken |
| trek heen | gebiedende wijs | heentrekken |
| trekke heen | woordvorm | heentrekken |
| trekken heen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | heentrekken |
| trekt heen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | heentrekken |
| trok heen | verleden tijd | heentrekken |
| trokken heen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | heentrekken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heentrekken zijn vastgelegd.