Naar de inhoud

heentrekken

wegtrekken

heentrekken

werkwoord

Betekenis

  1. wegtrekken

Vervoeging van heentrekken

heentrekkenhele werkwoord — trok heenverleden tijd enkelvoud — trokken heenverleden tijd meervoud — heengetrokkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik trek heen trok heen
jij trekt heen trok heen
hij, zij, het trekt heen trok heen
wij trekken heen trokken heen
jullie trekken heen trokken heen
zij trekken heen trokken heen
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben heengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent heengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
heen te trekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
heen te zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
heen zal trekken bijzin, toekomende tijd
heen zou trekken bijzin, voorwaardelijk
heen zouden trekken bijzin, voorwaardelijk
heen zoudt trekken bijzin, voorwaardelijk
heen zullen trekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
heen zullen trekken bijzin, toekomende tijd
heen zult trekken bijzin, toekomende tijd
heengetrokken verleden tijd, deelwoord
heengetrokken te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
heengetrokken zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
heentrek bijzin, tegenwoordige tijd
heentrekkend onvoltooid, deelwoord
heentrekt bijzin, tegenwoordige tijd
heentrok bijzin, verleden tijd
heentrokken bijzin, verleden tijd
is heengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is heengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn heengetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen heentrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
trek heen gebiedende wijs
trok heen verleden tijd
waart heengetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren heengetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren heengetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren heengetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was heengetrokken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was heengetrokken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was heengetrokken voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal heengetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal heengetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal heengetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal heentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal heentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal heentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal heentrekken bijzin, toekomende tijd
zijn heengetrokken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn heengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn heengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn heengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt heengetrokken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou heengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou heengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou heengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou heentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou heentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou heentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou heentrekken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) heentrekken heen zou(dt) trekken bijzin, voorwaardelijk
zouden heengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden heengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden heengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden heentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden heentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden heentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden heentrekken bijzin, voorwaardelijk
zoudt heengetrokken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt heentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt heentrekken bijzin, voorwaardelijk
zullen heengetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen heengetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen heengetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen heentrekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen heentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen heentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen heentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen heentrekken bijzin, toekomende tijd
zult heengetrokken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult heentrekken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult heentrekken bijzin, toekomende tijd
zult/zal heentrekken heen zult/zal trekken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van heen en trekken

Woordfamilie van heentrekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
heengetrokken voltooid deelwoord heentrekken
heentrek subordinate-clause, tegenwoordige tijd heentrekken
heentrekke with-subordinate-clause heentrekken
heentrekkend onvoltooid deelwoord heentrekken
heentrekkende woordvorm heentrekken
heentrekt subordinate-clause, tegenwoordige tijd heentrekken
heentrok subordinate-clause, verleden tijd heentrekken
heentrokken subordinate-clause, verleden tijd heentrekken
trek heen gebiedende wijs heentrekken
trekke heen woordvorm heentrekken
trekken heen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon heentrekken
trekt heen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon heentrekken
trok heen verleden tijd heentrekken
trokken heen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon heentrekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heentrekken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over heentrekken

Wat is de betekenis van heentrekken?
Heentrekken is een werkwoord. De betekenis is: wegtrekken.
Hoe vervoeg ik heentrekken?
Zo vervoeg je heentrekken zo: het voltooid deelwoord is heengetrokken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord heentrekken is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. E 1
  3. E 1
  4. N 1
  5. T 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. K 3
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

heentrekken levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. E 1
  3. E 1
  4. N 1
  5. T 2
  6. R 2
  7. E 1
  8. K 3
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 zonder bonus
  13. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

heentrekken in het kort

heentrekken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van heentrekken staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort heentrekken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

heentrekken: wegtrekken
Deel heentrekken — standaardnederlands.nl