generatie
zelfstandig naamwoord ˌɣenəˈra(t)siBetekenis
- periode van 25 jaar
- alle individuen die via hetzelfde aantal tussenstappen van één bepaald individu afstamt
- alle personen die min of meer tegelijkertijd geboren zijn
- de apparatuur die kenmerkend is voor een bepaald beperkt tijdsbestek
- het genereren, voortbrengen van iets
Hoe spreek je generatie uit?
/ˌxenəˈratsi/
Generatie bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| e | veel |
| n | nek |
| ə | de |
| r | rood |
| a | maan |
| t | tak |
| s | sok |
| i | riet |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- geheel van individuen die via hetzelfde aantal tussenstappen van één bepaald individu afstammen
- periode van ongeveer 25 jaar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| generaties | meervoud |
| generatietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| generatietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands generacie van Frans génération of direct van Latijn generatio, in de betekenis van ‘geslacht’ voor het eerst aangetroffen in 1250; op te vatten als naamwoord van handeling van genereren ww met het achtervoegsel -atie
Woordfamilie van generatie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| generaties | meervoud | generatie |
| generatietje | verkleinwoord | generatie |
| generatietjes | verkleinwoord meervoud | generatie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van generatie zijn vastgelegd.