reïncarnatie
zelfstandig naamwoord ˌreɪŋkɑrˈna(t)siBetekenis
- wedergeboorte van de ziel in een lichaam, wedervleeswording, wedergeboorte
- gestalte waaronder iemand of iets wedergeboren is
Hoe spreek je reïncarnatie uit?
/ˌreɪŋkɑrˈnatsi/
Reïncarnatie bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| a | maan |
| t | tak |
| s | sok |
| i | riet |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| reïncarnaties | meervoud |
Herkomst
van Engels reincarnation , op te vatten als naamwoord van handeling van reïncarneren met het achtervoegsel -atie, in de betekenis van ‘wedergeboorte’ voor het eerst aangetroffen in 1898 Omdat dit woord niet in het Nederlands is gevormd uit incarnatie met het voorvoegsel re-, wordt het volgens spellingregel 7.D niet geschreven met een koppelteken, zoals "re-integratie", maar met een trema, zoals "reünie".
Woordfamilie van reïncarnatie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| reïncarnaties | meervoud | reïncarnatie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reïncarnatie zijn vastgelegd.