integratie
zelfstandig naamwoord /ɪntəˈɣra(t)si/Betekenis
- het integreren d.w.z. het opnemen in één (harmonisch) geheel
- het samenbrengen in één bedrijf van alle productiestadia
- het proces van het integreren, het bepalen van een integraal
- het doen samengaan van twee voorheen gescheiden bevolkingsgroepen
- het proces waarmee applicaties berichten en/of bestanden onderling uitwisselen
Hoe spreek je integratie uit?
/ɪntəˈxratsi/
Integratie bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| t | tak |
| ə | de |
| x | acht |
| r | rood |
| a | maan |
| s | sok |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| integraties | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het maken tot een geheel’ voor het eerst aangetroffen in 1872
Woordfamilie van integratie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| integraties | meervoud | integratie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van integratie zijn vastgelegd.