deflatie
zelfstandig naamwoord deˈfla(t)siBetekenis
- het vallen van het prijspeil waardoor het geld in waarde toeneemt
- proces waarbij gesteenten door de wind worden afgesleten
Hoe spreek je deflatie uit?
/deˈflatsi/
Deflatie bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| e | veel |
| f | fiets |
| l | land |
| a | maan |
| t | tak |
| s | sok |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| deflaties | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘waardevermeerdering van geld’ voor het eerst aangetroffen in 1929
Woordfamilie van deflatie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| deflaties | meervoud | deflatie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van deflatie zijn vastgelegd.