nazi
zelfstandig naamwoord /ˈnatsi/Betekenis
- oorspronkelijk: een aanhanger, lid van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (NSDAP) een politieke partij in het Duitsland van de jaren 1920 tot 1945
- een aanhanger van het nazisme of een soortgelijke fascistische, racistische of antisemitische ideologie
- schrijfwijze voor Nazi
- dit hier zijn ... verwijzend naar een woord van klasse 8
Hoe spreek je nazi uit?
/ˈnatsi/
Nazi bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| a | maan |
| t | tak |
| s | sok |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- oorspronkelijk: aanhanger, lid van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (NSDAP) een politieke partij in het Duitsland van de jaren 1920 tot 1945
- aanhanger van het nazisme of een soortgelijke fascistische, racistische of antisemitische ideologie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nazi's | meervoud |
| nazietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| nazietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Duits Nazi, in de betekenis van ‘nationaal-socialist’ voor het eerst aangetroffen in 1930
Woordfamilie van nazi
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nazi's | meervoud | nazi |
| nazietje | verkleinwoord | nazi |
| nazietjes | verkleinwoord meervoud | nazi |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nazi zijn vastgelegd.