inflatie
zelfstandig naamwoord ɪɱˈfla(t)siBetekenis
- het stijgen van het prijspeil waardoor het geld zijn waarde verliest
- kosmische ~ Hypothetische korte periode van extreme uitzetting die het heelal zeer kort na de Oerknal zou hebben gekend
- het overdreven benadrukken van het belang of meer dan nodig naar voren halen van iets
Hoe spreek je inflatie uit?
/ɪmˈflatsi/
Inflatie bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| m | maan |
| f | fiets |
| l | land |
| a | maan |
| t | tak |
| s | sok |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- stijging van het prijspeil, waardoor het geld in waarde daalt
- vermindering in waarde figuratively
- opzwellen van een holte of weefsel door gas
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| inflaties | meervoud |
Herkomst
van Frans inflation (met het achtervoegsel -atie), in de betekenis van ‘opzetting van de buik’ aangetroffen vanaf 1624
Woordfamilie van inflatie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| inflaties | meervoud | inflatie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inflatie zijn vastgelegd.