communicatie
zelfstandig naamwoord ˌkɔmyniˈka(t)siBetekenis
- het uitwisselen van informatie waarbij zender, ontvanger, inhoud en communicatiemedium betrokken zijn
Hoe spreek je communicatie uit?
/ˌkɔmyniˈkatsi/
Communicatie bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| y | fuut |
| n | nek |
| i | riet |
| a | maan |
| t | tak |
| s | sok |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| communicaties | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘mededeling’ voor het eerst aangetroffen in 1467
Woordfamilie van communicatie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| communicaties | meervoud | communicatie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van communicatie zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
- communicatieadviseur
- communicatief
- communicatiekanaal
- communicatiekunde
- communicatiemedewerker
- communicatiemedium
- communicatiemiddel
- communicatiemodel
- communicatienetwerk
- communicatieprobleem
- communicatieproces
- communicatieprotocol
- communicatiesatelliet
- communicatiesector
- communicatiespecialist
- communicatiestijl
- communicatiestoornis
- communicatiesysteem
- communicatietechniek
- communicatietechnologie
- communicatietrainer
- communicatietraining
- communicatiewetenschap
- communicatiewetenschapper