generatief
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- geslachtelijk
- het vermogen tot groei en voortplanting in zich hebbend, voortbrengend
- met betrekking tot een taalkundige theorie die door de Amerikaanse taalkundige en taalfilosoof Noam Chomsky ontwikkeld is, en die zich bezighoudt met een gepostuleerde, aangeboren, universele grammatica, die de grammaticale structuren van alle menselijke talen voort zou hebben gebracht ('gegenereerd').
bijvoeglijk naamwoord
- met betrekking tot een taalkundige theorie die door de Amerikaanse taalkundige en taalfilosoof Noam Chomsky ontwikkeld is, en die zich bezighoudt met een gepostuleerde, aangeboren, universele grammatica, die de grammaticale structuren van alle menselijke talen voort zou hebben gebracht ("gegenereerd").
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| generatiefs | partitief, stellende trap |
| generatiefst | onverbogen, overtreffende trap |
| generatiefste | verbogen, overtreffende trap |
| generatieve | verbogen, stellende trap |
| generatiever | onverbogen, vergrotende trap |
| generatievere | verbogen, vergrotende trap |
| generatievers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘geslachtelijk, voortbrengend’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van generatief
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| generatiefs | partitive, positive | generatief |
| generatiefst | uninflected, superlative | generatief |
| generatiefste | inflected, superlative | generatief |
| generatieve | verbogen vorm | generatief |
| generatiever | vergrotende trap | generatief |
| generatievere | verbogen vergrotende trap | generatief |
| generatievers | partitieve vergrotende trap | generatief |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van generatief zijn vastgelegd.