bifurcatie
zelfstandig naamwoord ˌbifʏrˈka(t)siBetekenis
- de splitsing of deling in twee takken, zoals bij een vork of gaffel
- het zeldzame verschijnsel dat een rivier zich opsplitst in twee takken met verschillende stroomgebieden
- de vorkvormige splitsing van de luchtpijp
Hoe spreek je bifurcatie uit?
/ˌbifʏrˈkatsi/
Bifurcatie bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| i | riet |
| f | fiets |
| ʏ | put |
| r | rood |
| k | kat |
| a | maan |
| t | tak |
| s | sok |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bifurcaties | meervoud |
| bifurcatietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bifurcatietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Afgeleid van bi en furca met het achtervoegsel -atie.
Woordfamilie van bifurcatie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bifurcaties | meervoud | bifurcatie |
| bifurcatietje | verkleinwoord | bifurcatie |
| bifurcatietjes | verkleinwoord meervoud | bifurcatie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bifurcatie zijn vastgelegd.