assimilatie
zelfstandig naamwoord ˌɑsimiˈla(t)siBetekenis
- gehele of gedeeltelijke gelijkwording van twee aangrenzende of naburige klanken
- het proces van omzetting van voedingsstoffen in organisch weefsel
- (sociologie) het opgaan in een nieuw milieu van individuen en groepen
Hoe spreek je assimilatie uit?
/ˌɑsimiˈlatsi/
Assimilatie bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| s | sok |
| i | riet |
| m | maan |
| l | land |
| a | maan |
| t | tak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- het geheel of gedeeltelijk identiek maken van twee opeenvolgende spraakklanken
- proces van omzetting van voedingsstoffen in organisch weefsel
- geleidelijk helemaal opgaan in een nieuw milieu van individuen en groepen
- in de jungiaanse psychologie de integratie van onbewuste inhouden in het bewustzijn door middel van actieve verbeelding
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| assimilaties | meervoud |
Herkomst
van Frans assimilation, op te vatten als naamwoord van handeling van assimileren met het achtervoegsel -atie, in de betekenis van ‘gelijkmaking’ aangetroffen vanaf 1658 **[4] uit het werk van de Zwitserse 20e eeuwse psycholoog C.G. Jung
Woordfamilie van assimilatie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| assimilaties | meervoud | assimilatie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van assimilatie zijn vastgelegd.