formatie
zelfstandig naamwoord fɔrˈma(t)siBetekenis
- vorming, het formeren
- geheel waarin de delen op een bepaalde wijze geordend zijn
- vastgesteld personeelsbestand
Hoe spreek je formatie uit?
/fɔrˈmatsi/
Formatie bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| m | maan |
| a | maan |
| t | tak |
| s | sok |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| formaties | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vorming’ voor het eerst aangetroffen in 1812
Woordfamilie van formatie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| formaties | meervoud | formatie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van formatie zijn vastgelegd.